Potlood kopen?


potlood kopenEn ja hoor, daar was ‘ie weer… de welbekende potloodventer. Om de zoveel maanden duikt er wel weer eentje op in mijn krant. Dit keer betrof het een 31-jarige man die in Dubbeldam vrolijk met zijn geslachtsdeel uit de broek rondhuppelde en daarmee, zo vermoed ik, diverse dames de schrik van hun leven bezorgde. In mijn jaren als verslaggever heb ik heel wat politieberichtjes moeten uittikken over stad- en streekgenoten met deze, laat ik het voorzichtig zeggen, wat lullige aandrang, al begrijp ik nog altijd niet waaróm sommige mannen dat nou zo nodig moeten doen. Nou ja, omdat ze niet helemaal lekker zijn, vermoed ik, want ik kan me niet voorstellen dat zo’n jodokusjongleur het doet om verkering te krijgen of om complimentjes te oogsten. Ik heb althans nog nooit een vrouw die met zo’n snikkelverschrikker op straat geconfronteerd werd, horen zeggen: ,,Nou, nou knul, dát is een prachtig piemeltje zeg… kom jij maar even lekker bij mama.’’
Ik vroeg me ineens af waar dat woord potloodventer nu eigenlijk vandaan komt. Ik herinner me nog dat we voor pielemoosposeurs in onze krant aanvankelijk nog het woord schennispleger gebruikten omdat het hier immers gaat over iemand die zich schuldig maakt aan, en ik citeer nu uit het wetboek van strafrecht, ‘schennis van de eerbaarheid.’ In de wandelgangen – en dus ook in het krantenwereldje – hadden we het al snel over potloodventers, al heb ik eerlijk gezegd geen flauw  idee waar dat synoniem (volgens het WikiWoordenboek in 1986 voor het eerst in een dagblad aangetroffen) nou ineens vandaan kwam; ik bedoel was er ooit een tijd dat mannen in lange regenjassen bij mensen thuis aanbelden om ze aan de deur de allernieuwste collectie potloden te tonen? En was dan er ooit een redacteur die ineens bedacht: hé, da’s eigenlijk best een leuk synoniem voor eh… schennispleger?
Op het politiebureau worden potloodventers, zo vertelde mij onlangs een brigadier, ook wel aangeduid als voorjaarskrokussen. Ze schijnen zich immers vooral in de lente te manifesteren en zelden bij min tien. Op de een of andere manier snap ik dat wel.

Advertenties

2 comments

  1. In mijn jonge jaren vertelde een oude buurman mij dat ooit mannen overal aanbelden om kleine artikelen te verkopen. Dat konden potloden, pennen, kwastjes, garen en band en nog veel meer klein spul zijn. Daar moesten ze een vergunning voor hebben maar meestal kregen ze die niet en gingen “illegaal” op pad. De mannen hadden een wat wijde jas aan met daar onder een zo plat mogelijke tas die met een riem over de schouders opgehouden werd. Als de man zijn waar had aangeprezen en de huisvrouw belangstelling toonde deed hij zijn jas open en kon de
    vrouw de spulletjes bekijken en eventueel kopen.

  2. Ik ben ook een keer een potloodventer tegen gekomen.Het is alweer een tijd geleden,ik was nog redelijk jong en zag er beter uit dan tegenwoordig.Het was op een zondagmorgen,er liep nog bijna niemand op straat.Ik liep op de Johan de Wittstraat langs het gebouw van het toenmalige VVV kantoor.Ik keek naar rechts en daar stond een man met regenjas.Toen hij zag dat ik keek deed hij zijn jas open en begon aan zijn werk.Ik schoot ontzettend in de lach en hij liet van schrik alles hangen.Ik heb best nog een poosje doorgelachen en moet dat nu eigenlijk nog.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s