Ik zie er natuurlijk nog altijd uit als een jonge god, maar ik moet toch toegeven dat mijn jeugd er nu toch écht wel zo’n beetje op zit. Ik kwam daar onlangs bikkelhard achter toen ik moest bukken om een gevallen pen op te rapen en vervolgens een heel vreemd geluid hoorde. Het klonk zoiets als ‘oeoeoeaaaargh’ en toen ik opkeek om te horen waar die oerkreet nu precies vandaan kwam, wist ik eigenlijk al dat ik het zelf was die deze moeder van alle oerkreten produceerde. Tja, dan heb je het wel gehad, denk je dan in eerste instantie: einde oefening, looprek bestellen, voetbalschoenen in de kliko, scooter inruilen voor scootmobiel en voor alle zekerheid nog maar eens even de uitvaartpolis doornemen. Nu ik er nog eens goed over nadenk had ik het natuurlijk al moeten zien aankomen, toen die prettige stagiaire zo lief naar mij lachte en mij vervolgens de groeten van haar moeder deed. En dat ik onlangs bij die kledingzaak voor die degelijke ‘stretchy’ en juist niet voor die ‘trendy’ spijkerbroek koos, was toch eigenlijk ook wel een overduidelijk signaal. O ja, de laatste tijd doe ik ook steeds minder moeite om mijn buik in te houden als ik een mooie vrouw zie langs lopen en ik vind Rob de Nijs eerlijk gezegd best wel goed. Een nog meer ontluisterende graadmeter is mijn staat van welbevinden in de diverse Dordtse horecagelegenheden, die ik tegenwoordig meestal verlaat op het tijdstip dat ik vroeger nu juist net verwachtingsvol binnenliep. Afgelopen weekend kreeg ik dan ook nog eens de ultieme doodssteek te verwerken, toen ik net bij mijn favoriete terras aankwam en een leuke jonge vrouw mij vriendelijk aanstaarde. Mijn hersens draaien op volle toeren, op zoek naar de ultieme oneliner die haar zou doen smelten als een Magnum in de magnetron. Maar ze is me nét voor: ,,Mijnheer, wij gaan zo weg hoor. Wilt u hier misschien zitten? Au! Realitycheck.
Op dat soort momenten ben ik blij dat ik in de oudste stad van Holland woon. Lijk ik in ieder geval nog een beetje jong.
‘oeoeoeaaaargh’ zoooo herkenbaar