Bij RTV Dordrecht plofte onlangs de nieuwe zendmachtiging op de mat en ook al was dat geen verrassing, het moet het nieuwe bestuur toch een lekker gevoel gegeven hebben om het tastbare bewijs van vijf nieuwe zendjaren nu ook écht zwart-op-wit te hebben. In tegenstelling tot Leiden, Amersfoort of Alkmaar hoefde het gemeentebestuur hier geen voorkeur uit te spreken voor een specifieke aanbieder, want gegadigden iDordt en RTV Dordrecht besloten te elfder ure de handen ineen te slaan. En dus kan de fusieclub met fris elan aan de slag, al is het in de wetenschap dat het een hell of a job wordt om radio- en televisie-uren te gaan vullen met weinig geld en hooguit een paar professionals. Voordeel is dat men bij RTV Dordrecht al langer leeft en werkt in de wetenschap dát men zich qua niveau nooit zal kunnen meten met ‘de grote jongens’ omdat er nu eenmaal met een beperkt budget en dus overwegend met hobbyisten gewerkt moet worden. Daar tegenover staat de goodwill vanuit het publiek dat ook helemaal geen ‘Hilversums niveau’ verwacht. Met straatinterviews (‘Hé daar heb je ome Jan’) en zieke poesjes uit het asiel kom je op dit eland al een heel eind. Dat is vergelijkbaar met de manier waarop we tegen FC Dordrecht aankijken: we zijn blij met incidentele succesjes in de Jupiler League (een periodetitel, een bekerronde verder) en geen weldenkend mens verwacht dat de club binnen afzienbare tijd Europa in gaat. Dat bedoel ik zeker niet denigrerend, maar Dordt is, hoe je het ook wendt of keert, nu eenmaal geen wereldstad en dan leg je je normen qua aanbod nu eenmaal wat lager dan in pakweg Amsterdam of Rotjeknor.
RTV Dordrecht staat voor een forse uitdaging en die wordt blijmoedig aangegaan. Het contrast met ‘grote zus’ RTV Rijnmond kan haast niet groter zijn. Daar moet men 1,3 miljoen bezuinigen en verliezen 22 mensen hun baan. Geldgebrek drijft de regionalen en de lokalen in elkaars richting en intensievere samenwerking moet dus wel het credo voor 2013 worden. Daar ligt een schone taak voor het nieuwe bestuur.