Wie lang in de journalistiek zit weet dat het dagelijks nieuws eigenlijk niets anders is dan een perpetuum mobile van herhaaldelijk terugkerende voornemens en gebeurtenissen: er staat ergens een verkiezing voor de deur, een schrijver of een lokaal bandje ‘breekt helemaal door’, een voetbalclub gaat serieus meedoen om de titel, een wielrenner komt uit de medicijnkast, de jaarcijfers van Boskalis vallen mee (óf tegen) en het nieuwe vriendje van Gordon is nu toch écht een blijvertje. L’histoire se répète en het is voor een redacteur met vlieguren dan ook de grootste kunst om niet al te cynisch te worden. En hoewel ik die emotie zoveel mogelijk uit mijn journalistieke ziel poog te bannen, betrap ik mezelf zo nu en dan tóch op zo’n ‘ja hoor, zal wel’-momentje. Ik had dat bijvoorbeeld toen ik in mijn krant las dat de politie van plan is om in de weekeinden actief op alcohol te gaan controleren in de nabijheid van sportkantines. ‘Déjà vu, all over again’, dacht ook oud-collega Mark Benjamin (tegenwoordig bestuursvoorlichter bij de gemeente Dordrecht) die mij, naar aanleiding van de politieplannen, het volgende verhaal opdiste. ‘Het moet ergens midden jaren ‘90 geweest zijn dat de Dordtse politie een soortgelijk voornemen had. Er werd een alcoholcontrole opgezet in de buurt van de Schenkeldijk, waar zich diverse sportclubs bevinden. De eerste automobilist die mocht blazen bleek brandschoon. Dat was niet verwonderlijk want hij kwam net uit de kantine van korfbalclub ODO. Die afkorting staat voor ‘Overwinning Door Onthouding’. Nee, die naam was niet ontleend aan het voornemen om celibatair door het leven te gaan… de club was voortgekomen uit een geheelonthoudersbeweging. De korfballer waarschuwde de agenten nog dat er die dag weinig succes te boeken viel omdat er bij ODO principieel geen alcohol geschonken werd. ,,Meneer, dat kan iedereen wel zeggen, maar dáár trappen wij niet in.’’ De alcoholcontrole werd dus voortgezet, maar zonder resultaat, want alle aangehouden ODO-blazers bleken broodjenuchter. De heren besloten er, na een uurtje of wat, een punt achter te zetten. Naar verluid werd de teleurstellende werkdag afgesloten met een Fristi in de ODO-kantine.’