In de rookruimte van een hotel zit ik lekker aan een Cubaanse genotsknots te lurken. Drie meter verderop begint een gebloemjurkte dame ineens heel moeilijk te kijken. Zij stuurt haar man op me af en die vraagt me of ik onmiddellijk mijn sigaar wil uitmaken want zijn vrouw krijgt, zelfs bij de aanblik van die dingen, altijd zo’n last van migraineaanvallen. In eerste instantie wilde ik aan het verzoek gehoor geven, maar toen begonnen de raderen in mijn hersenpan (althans, die paar die het, na jaren van roken en zuipen, nog een beetje doen) ernstig te draaien. ,,Beste meneer, dit hotel heeft 234 kamers, een lobby, een lounge, een bar, een brasserie en een restaurant. Ik bevind mij nu in de enige rookruimte van dit hele gebouw en u vraagt mij om mijn sigaar uit te maken? Mijn antwoord is dus nee.’’ De man droop af.
Ik begin er genoeg van te krijgen… van dat voortdurend toenemende ‘gebetuttel’ en getrut van angsthaasjes, fatsoensrakkertjes, ‘recht-opeisertjes’ en ‘eigen-schuld-dikke-bult-evangelisten’. En nu begint ook de lokale overheid zich er nog tegenaan te bemoeien, want de gemeente schijnt zich te storen aan het feit dat er hier en daar door een slijter of een supermarkt wel eens met een drankprijsje gestunt wordt. So what?
Tuurlijk, ik begrijp best wel dat je jongeren niet moet aanmoedigen om te gaan zuipen en te gaan roken en dat je de drempel (op z’n minst qua prijs) hoog moet houden, maar er zijn ook grenzen aan overheidsbemoeienis en er is ook nog zoiets als eigen verantwoordelijkheid. Te veel mensen in te veel (gesubsidieerde) clubjes verdienen tegenwoordig een boterhammetje door het evangelie te verkondigen dat je langer leeft door niet te roken, niet te zuipen, zo weinig mogelijk frikandellen naar binnen te schuiven en ’s ochtends bij het aankleden al een condoom om je jongeheer te schuiven. En dus worden schoolpleinen rookvrij gemaakt, pakken we kleutertjes in de lunchpauze hun roze koeken af, verbieden we snackkarretjes in schoolbuurten en maken we bruine kroegen, zonder uitzondering, rookvrij. Betutteling is business geworden. Kunnen we dat niet verbieden?
Blog naar mijn hart. Overheden beginnen steeds meer gelijkenis te tonen met Tante Pastellia de strenge directrice van het weeshuis uit de Pippi Langkous verhalen. Ik ben overigens twaalf jaar geleden naar Bangkok verkast waar de vertrutting en betutteling (nog) niet is toegeslagen.
Tsja, betutteling, daar kan niemand voor zijn. De vraag is waar de verantwoordelijkheid van een overheid begint en de eigen verantwoordelijkheid van een drinker of slijter eindigt. Als het om een maatschappelijk probleem gaat en de maatregel van de overheid helpt, zou ik het geen betutteling noemen. Zo’n 20% van alle verkeersslachtoffers is te wijten aan drank en veel (huiselijk) geweld heeft daar ook mee te maken. Als ze niet meer zouden verkopen, waarom stunten de slijters en supermarkten dan met de prijs? Kortom, dit zou ik geen betutteling noemen maar een gebrek aan eigen verantwoordelijkheid dat ten koste gaat van onschuldigen. Goed dat de gemeente ingrijpt.