
Afgelopen vrijdag had ik het in mijn column over het Statenplein, dat ooit bedoeld was als hét evenementenplein van de binnenstad, maar dat eigenlijk nooit kón, of beter gezegd, nooit mócht worden. Dit omdat het op vrijdag en zaterdag als marktplein fungeert en dat zijn nou uitgerekend precies de dagen dat je er als evenementenorganisator iets zou willen ‘neerzetten.’
Los daarvan heeft de Dordtse binnenstad momenteel, in de meest brede zin van het woord, sowieso een groot eh… ‘pleinprobleem.’ Ik bedoel… we hébben wel pleinen, maar het zijn nou niet bepaald levendige pleinen. Nou ja, met uitzondering dan van het Scheffersplein (eigenlijk een brug) die deze eeuw terecht uitgroeide tot het ware horecahart van Dordt. Maar verder: het Otto Dickeplein, nabij de Merwekade heeft op zich potentie, maar ik heb er, met uitzondering van een incidenteel foodtruck-festivalletje tot op heden zelden ‘iets van leven’ kunnen ontwaren; de Grote Markt zal pas weer een heus plein worden als je daar de auto’s weg haalt, het Beverwijcksplein en het Vrieseplein zijn uitstekend geschikt voor kleine evenementjes, maar worden daar eigenlijk té weinig voor gebruikt, het Kees Buddingh’plein (achter de bieb) is nooit een heus plein geworden (deze schrijver/dichter verdient wat mij betreft trouwens beter dan een parkeerterreintje achteraf). Verder is het Weeshuisplein een voetbalplein (lekker zo laten) en hebben het Bethlehemplein en het Spuiplein eigenlijk geen serieuze pleinfunctie. Dan is er nog het Energieplein dat op zich best geschikt is voor aan het Energiehuis gerelateerde evenementen van medium formaat maar dat, gezien de vorm en de locatie er van, nooit kan uitgroeien tot een evenementenplein van betekenis.
Zoals ik eerder al eens aangaf: het Statenplein zou, ja óók in het weekend dus, ruimte moeten kunnen bieden aan een bescheiden Kerstmarkt, een beachvolleybaltoernooi, een kunstmarkt of wát dan ook, want daar is dat plein, ik hoor het de in 2015 overleden oud-burgemeester Bandell nóg zeggen, uiteindelijk toch écht voor bedoeld.