‘Ik word daar zó blij van en ik ben vast niet de enige’


Weet je wáár je nou eens een stukje over moet schrijven?
Ja, ik ben me bewust van het feit dat ik zinnetje al eens vaker opgevoerd heb in één of meerdere van de ongeveer 3000 columns die ik de afgelopen twaalf-en-een-half jaar voor deze krant produceerde. Vaak draait het dan om een kwestie die de vraagsteller op dat moment in de tijd ernstig bezig houdt. Voorbeelden: een verkeersprobleem, een gevoelige politieke kwestie, een persoonlijk conflict met een huisbaas of een werkgever, de wooncrisis, het functioneren van stads- of waterbus, een boom die gekapt wordt of juist in de weg staat, parkeertarieven, OZB, het weer, het reilen en zeilen van de plaatselijke voetbalclub en het nut van Henk Poort in het algemeen. En ook al sta ik natuurlijk niet altijd en overal ‘aan’ (ik sta ook wel eens gedachteloos een loempiaatje weg te stouwen), tóch zal ik over het algemeen nooit blasé reageren, aangezien ik mijn taak als ‘temperatuurmeter’ van de stad én als aanjager van discussies nog altijd beschouw als een voorrecht. Wel is mijn wijze van reageren altijd enigszins afhankelijk van de toon en het volume waarop die vraag me gesteld wordt… ik bedoel: soms klinkt het als een leuke tip, soms als een verwijt en zo heel af en toe zelfs als een dienstbevel. Daarbij komt dat je een écht welgemeende column simpelweg niet ‘in opdracht’ kan schrijven. Ik bedoel… ik kies mijn onderwerpen op basis van wat ik daadwerkelijk voel en vind en niet om wat ik móet voelen of vinden. Toch maak ik graag een uitzondering voor dat bewegende bos dat momenteel zo parmantig door Dordt ‘wandelt.’ ,,Sfeervol hè… al dat extra groen in de stad?’’ vertelde mij gisteren een vrolijke buurtbewoonster. ,,Ik word daar zó blij van en ik ben vast niet de enige. Dáár zou je nou eens een stukkie over moeten schrijven.’’
Van harte mee eens… bij deze dus.

Plaats een reactie