
Een ambtenaar kijkt, vanuit zijn hoog gelegen kantoor, naar wegwerkzaamheden die in de straat plaats vinden. Als er een collega binnenkomt zegt hij: ,,Nu sta ik hier toch al de hele dag uit het raam te staren, maar die gasten daar beneden voeren werkelijk geen reet uit.’’
Ik ben me er van bewust dat het makkelijk is om in een column op ambtenaren te ‘schieten’, maar deze kón ik gewoonweg niet laten liggen. Natuurlijk weet ik dat er geen moer klopt van de vele vooroordelen die over deze beroepsgroep (vooral in moppen dus) de ronde doen… nét zoals ik weet dat moeders van scheidsrechters niet allemáál in de prostitutie werkzaam zijn en dat vrouwen over het algemeen beter achteruit inparkeren dan ik. Tóch moest ik even aan dat ambtenarenmopje denken toen ik las over de verkeersoverlast die (vaak véél te hard rijdende) automobilisten al sinds jaar en dag veroorzaken in de Lange Breestraat. Wie daar, bij kroeg of Italiaan, op een terrasje zit, is zijn of haar leven soms niet zeker. Vooral in de vroege avond wordt deze straat namelijk geteisterd door ‘rondjesrijders.’ Wat dat zijn? Over het algemeen jonge gassies in sportief ogende ouwe barrels die zich (omdat ze veel ervaring op de Playstation hebben) Max wanen en de hele avond té hard door de binnenstad scheuren. Dit is voor binnenstadsbewoners overigens al jaren een bekend ‘verschijnsel.’
Onderdeel van dat verveelrondje (Spuiboulevard, Johan de Wittstraat, Bagijnhof, Visstraat) is de Korte Breestraat, die véél te smal is voor zoveel raceverkeer. En dus deden de eigenaren van de horeca-etablissementen aldaar in de krant hun beklag. Zij zien het probleem graag (enigszins) opgelost met méér handhaving en bloembakken zoals die op de Groenmarkt. Maar die komen er niet want, en ik citeer nu een gemeentewoordvoerder: ‘Uit onze gegevens blijkt niet dat snelheden in deze straat structureel te hoog zouden liggen.’
Tja… met zó’n reactie is het gewoon sméken om een ambtenarenmopje.