
Ook al probeer je als columnist nóg zo creatief te zijn… soms ontkom je er gewoonweg niet aan. Waaraan? Aan ‘stating the obvious’, zoals de Britten dat zo ‘sophisticated’ weten te verwoorden. In het Nederlands klinkt het minder fraai; ‘een open deur intrappen’, wordt het dan. Nou ja… da’s óók niet eenvoudig hoor… een deur intrappen die al open staat. Voordat u zich afvraagt of ik wellicht een verkeerd paddenstoeltje geconsumeerd heb… deze column gaat over de Prins Clausbrug, u weet wel, die immense knoflookpers die de binnenstad, inmiddels alweer zo’n anderhalf jaar, met Stadswerven verbindt en die door mij in eerdere columns ook nog wel eens werd aangeduid als de Braniebrug. Om misverstanden te voorkomen… dat laatste heeft vooral te maken met het prijskaartje van 12,5 miljoen, hetgeen – laat ik me voorzichtig uitdrukken – best wel een tikkie aan de prijzige kant is voor een fiets- en wandelbrug. Ik bedoel, voor de helft of minder had het óók gekund, maar dan vermoedelijk wat minder prestigieus. Feit is en blijft namelijk dat de brug wél wonderschoon geworden is en, eerlijk is eerlijk, toen er, vijftien jaar geleden alweer, op dit eiland zóveel politieke en publieke commotie ontstond over de verbouwingskosten van het Dordrechts Museum (het ging destijds om vele miljoenen) vond ik dat ‘in het licht van de eeuwigheid’ óók al een tikkie overdreven. Toegegeven… beetje dramatisch geformuleerd wellicht, maar wat ik destijds bedoelde te zeggen is: over, pak hem beet, dertig of veertig jaar zeurt er niemand meer over het kostenplaatje en zijn ‘we’ (nou ja, ‘ze’, want zelf lig ik dan vermoedelijk al madeliefjes omhoog te duwen) alleen nog maar schapetrots op zó’n brug én museum. Alleen één dingetje… de oranje sierverlichting op de Prins Clausbrug schijnt nu alweer kapot te zijn en dus zie je na zonsondergang niet meer hoe mooi dat ding eigenlijk is. En nu die open deur dus: we hebben toch wel het bonnetje bewaard?