
Gezien de vele reacties die ik ontving op de column die ik onlangs over het Station Dordrecht schreef, kán het gewoon niet anders dan dat ik hier op terug kom. In die column concludeerde ik dat het stationsgebouw – hoe mooi in architectonisch opzicht dan ook – sinds het vertrek van de AKO nu vooral een prachtige ‘lege huls’ is. En ja, ik weet het, er zit nog een broodjeszaak en inderdaad vertrekken en arriveren hier daadwerkelijk heuse treintjes, maar dáár houdt het verder dan ook mee op. Dat is jammer, want eigenlijk hoort een station, zo stelde ik eerder al vast, een levendige ontmoetingsplek en een passend ‘uithangbord’ van een stad te zijn. En nu wil ik hier niet de sentimentele ouwe zak uithangen (al ben ik dat vast een beetje) maar ik kan me de tijd nog herinneren dat er in het vandaag de dag zo saaie en ‘zakelijke’ Station Dordrecht wel degelijk karakter zat; er bevond zich daar een betaalbaar café/restaurant (handig toen ik nog een studentje was), er was zelfs een kappertje (daar ging ik als ‘langharig tuig’ eerlijk gezegd nooit naar binnen), er was een boekenwinkeltje en aan de buitenkant stond een bloemenkraampje. Misschien was er ooit wel méér dan dat, maar ik herinner me in ieder geval dat het hier ooit aangenaam vertoeven was. Nu realiseer ik me dat niet de gemeente (die ‘gaat’ over het voor- en achterplein) maar de NS eigenaar van het stationsgebouw is… toch moet het in goed overleg mogelijk zijn om deze plek weer enigszins te reanimeren. En zo kom ik uit op de lezerssuggesties: een ‘old style’ grand café, wat kleine winkeltjes (óók boven), mooie foto’s van Dordtse ‘doorkijkjes’, werkplekken voor ZZP’ers en een bloemenstalletje buiten. Een topidee vind ik een ondergrondse doorgang naar de ‘overkant’ waardoor er een verkeersluw ‘voorplein’ ontstaat. Dordt verdient simpelweg een meer beloftevolle ‘entree’ met een bij deze monumentrijke binnenstad passende allure.