Mijn vakantieblues ligt op een bankje aan de overkant…


Ik heb er de laatste jaren steeds meer last van… van vakantieweemoed en de gebruikelijke afkickverschijnselen die daarmee gepaard gaan. Toen ik, inmiddels alweer anderhalve week geleden, na een heerlijke vakantie op Terschelling, met veel vergezichten en indrukwekkende zonsondergangen, weer landde op ‘het ouwe vertrouwde nest’ nam het nog minstens drie dagen in beslag alvorens ik ook daadwérkelijk geland was. Het duurde vervolgens nog wel een halve week om weer te wennen aan de hernieuwde routine van alledag. Nu wil ik niet zielig doen hoor, want niemand jaagt me de mijnen in en ik ben me zeer bewust van het feit dat ik een bevoorrecht mens ben omdat ik dagelijks 319 woorden aan Dordt en Drechtsteden mag wijden en dat ik daar alweer 13 jaar achtereen óók nog eens de hypotheek van kan betalen.
En nu weet ik best dat u van mij gewend bent dat ik u over het algemeen, vanaf mijn vaste stekkie in deze krant, voorzie van mijn geheel en al persoonlijke mening over hoe het hier in politiek en maatschappelijk opzicht allemaal zo’n beetje reilt en zeilt, maar vandaag doe ik het toch écht even anders. Eerder deze week wandelde ik namelijk met Blafmans op het Papendrechtse Aviolandapad en dát had ik eerlijk gezegd al véél te lang niet meer gedaan. Als je dan, gehuld in gouden avondlicht, het adembenemende Dordt ziet liggen waan je je toch écht even toerist in eigen regio. En wat wil nou het geval… op een bankje, nabij dat nieuwe hoofdkantoor van Fokker, raakte ik aan de praat met twee toeristen… uit Terschelling, nota bene. Zij vertelden mij dat ik, als inwoner van die fraaie stad aan de overkant, ongetwijfeld wel een héél gelukkig mens moet zijn. En zoiets hoor je dan van Terschellingers…
Het voelde aan alsof de Kromme mij complimenteerde met een fabelachtig linkerbeen. Mijn vakantieblues heb ik die avond achteloos op dat bankje laten liggen.

Plaats een reactie