
Oh nee hè? Ook dát nog… brug dicht. Waarom nou net nu?
U herkent dit vast wel? Ik had het onlangs nog: de terugrit vanuit Terschelling, normaalgesproken zo’n twee uurtjes rijden vanaf Harlingen, duurde vanwege files uiteindelijk ruim een uur langer. En als je daar dan nog die twee uurtjes bij optelt die we al op de veerboot hadden doorgebracht waren we, na een tocht van ruim vijf uur, dolblij dat we de stal weer roken. Helaas… een wegdeel van de Papendrechtse brug torende, precies op het moment dat we daar kwamen aankarren, tergend traag hemelwaarts. Het duurde best lang, dus ik stapte uit en wat zag ik? Welgeteld twee motorjachten, waarvan de mast ook best omlaag had gekund.
Tijdens een wandeling in de binnenstad overkomt het me ook herhaaldelijk: je komt nét aangeslenterd en dan gaat ineens de Boombrug of de Engelenburgerbrug omhoog. Alleen dán zit ik er meestal niet mee. Integendeel zelfs… ik vind het, tijdens wandelingen in de stad, meestal wel prettig eigenlijk… even onthaasten en kijken naar soms doorgewinterde en soms stuntelende watertoeristen op hun drijvende paradijsjes. En mocht het dan allemaal tóch een keer wat ál te lang duren, dan is even omlopen ook altijd nog een optie.
De BoerBurgerBeweging (BBB), sinds de verkiezingen zo ongeveer de grootste partij in de Provinciale Staten, stelde onlangs vragen aan het provinciebestuur over het (vrij vertaald) wat ál te bootvriendelijke ‘brugopeningsbeleid’ in diverse waterrijke Zuidhollandse gemeentes. De bruggen gaan daar, volgens deze partij, wel érg vaak en makkelijk open voor de pleziervaart, hetgeen niet zelden tot ergernis leidt bij het wegverkeer.
Mijn visie hierop? Tja… die is wel duidelijk: die storingsgevoelige Papendrechtse brug vormt al jaren een probleem (dát moet snel opgelost worden dus) maar wat mij betreft hoeft het binnenstedelijke bruggenbeleid écht niet op de schop. Mocht u dat anders zien of heeft u suggesties over hoe het beter kan, dan hoor ik dat graag.