
Als columnist – beroepshalve gefixeerd op die dingen die niet zo lekker gaan – sla je vaak een kritische toon aan. Da’s geen bewuste strategie… integendeel zelfs, want toen ik veertien jaar geleden, de uitdaging aan ging om deze krant op dagelijkse basis van een kroniekje te voorzien, had ik me juist voorgenomen dat niet louter het negatieve de basis mag vormen van mijn pennenvruchtje in de ochtendkrant. Probleem is dat ‘de negatieve uitzondering’ nu eenmaal vaak de aanleiding vormt van het dagelijks nieuws. Hoe dat precies zit legde een docent op de journalistenschool mij ooit uit: ‘Zo ongeveer elke dag ligt er vers brood in de schappen van de bakker en brengen trein en bus je naar de plek waar je moet zijn. Maar juist die momenten dat dit een keer niet gebeurt, dan is dát afwijkend van de norm en dus nieuws. Als je daar goed over nadenkt is dat eigenlijk best raar, want het feit dat de trein over het algemeen wél rijdt, dat er altijd water uit je kraan komt en dat je wederom vers brood eet, is goed beschouwd natuurlijk veel groter nieuws.’
Met die gedachte in het achterhoofd noem ik in mijn column van vandaag louter die dingen die mij de afgelopen week in positieve zin troffen. Zo vind ik het bijvoorbeeld prachtig dat het nieuwe stadskantoor (tot voor kort aangeduid met de werktitel Huis van Stad en Regio) voortaan Dordthuis gaat heten…. een simpele, maar in mijn optiek wél geslaagde vondst, want lekker bekkend en makkelijk te onthouden. Verder positief nieuws: de Pasar Malam was weer ouderwets genieten, ‘we’ hebben een Dordtse wereldkampioene (waterpolo-STER Brigitte Sleeking), Ruud en Kitty van Indo Koffie komen weer terug naar de Vriesestraat, de coffeeshop om de hoek is vandaag niet beschoten of gebombardeerd en ik kan (want droog en zonnig) eindelijk weer een terrasje op.
Dáár hou ik vandaag kantoor… morgen ben ik graag weer kritisch.