We gedogen een ‘dubieuze‘ achterdeur’


Als je er goed over nadenkt is het állemaal het gevolg van hypocriet en halfslachtig beleid. Ik bedoel… je maakt het of helemáál legaal, of je houdt met alle middelen vast aan een keihard verbod op hasj en wiet.  Dat laatste lijkt me overigens kansloos, want inmiddels ‘hangt’ de halve natie, al dan niet uit medische overwegingen aan de pretsigaret en volgens mij is het dus ook maar het beste om deze producten dan maar volledig te legaliseren. En dat betekent dus: niet alleen ‘aan de voordeur’, maar ook aan de achterdeur, ofwel aan de bevoorradingskant. Want dát is precies waar hem de schoen wringt: een coffeeshop (gekke naam, want je drinkt er zelden een bakkie pleur) is op zich, zo hebben we met elkaar besloten, een gewone winkel, waar je gewoon naar binnen kan lopen om gewoon een geestverruimende ‘versnapering’ te kopen. Maar waar de slijter en de sigarenboer (in feite ook leveranciers van in potentie destructieve producten) hun spulletjes aan de bevoorradingspoort keurig legaal afrekenen is dat achterdeurtje van de lokale coffeeshop toch altijd nog behoorlijk  duister. Dit omdat we in dit land besloten hebben te gedogen dat de aanvoer aldaar mogelijk wel degelijk uit dubieuze hoek komt. En dán krijg je dus situaties waarbij de ene ‘leverancier’ zwaar heibel heeft met de andere, met alle gevolgen van dien; de vraag ‘wie mag wie bevoorraden’ is in de praktijk immers meestal simpelweg een ordinaire bendestrijd die niet zelden beslecht wordt met wapens en explosieven. Want ja… dát is wat we dit jaar al herhaaldelijk tot uitdrukking hebben zien komen rond coffeeshop Asilah aan het Bagijnhof.
En wat doen we vervolgens als overheid? We gooien zo’n toko (in het geval van Asilah overigens een keurig nette en zelden overlast veroorzakende coffeeshop) vervolgens maar weer eens voor een week of wat op slot. Dat ‘oogt’ als spierballenbeleid, maar is uiteindelijk niets anders dan een gevalletje schijnveiligheid.

Plaats een reactie