
In een column vorige week had ik het over het feit dat Dordt weliswaar groeit, maar tegelijkertijd ook in rap tempo vergrijst. Naar verwachting is rond 2030 ongeveer een kwart van de Schapenkoppen ouder dan 65, al realiseer ik me dat deze, nu aanstaande senioren (die sowieso to hun 67-ste moeten werken) over het algemeen vitaler en minder ‘bejaard’ zullen zijn dan vroeger het geval was. Da’s wel even anders dan in mijn jeugd toen laat-vijftigers niet zelden vervroegd uit de arbeidsmarkt stapten. Maar hoe fit de bejaarden van de nabije toekomst ook mogen zijn… feit is natuurlijk wél dat we in deze stad tegen die tijd serieus jongeren te kort komen… al is het alleen al om het hulpbehoevende deel van dat vergrijsde kwart te helpen met zaken als opstaan en het aantrekken van steunkousen. Dat klinkt lolliger dan ik het bedoel, want uiteindelijk is en blijft het gewoon de simpele realiteit dat we ‘onze’ jongeren momenteel maar mondjesmaat op ons eiland weten te houden. Hoe dat komt? Tja… da’s een combinatie van factoren natuurlijk; studeren doen veel Dordtse jongeren nu eenmaal vaak buiten Dordt (waar het studieaanbod nu eenmaal gering is) maar ook los daarvan lonkt voor veel (ook niet studerende) jongeren – en dat hóórt ook zo – altijd het aanbod in werkgelegenheid en vertier in die ‘spannende’ grote stad, liefst op enige afstand van Hotel Mama, waar je hooguit in het weekend nog even je was van de week komt brengen. Maar geloof me… velen komen uiteindelijk ook wel weer een keer terug, maar dan alleen als er hier uitdagend werk en betaalbare woonruimte in het verschiet ligt. En precies dáárop moet het huidige gemeentebestuur (en moeten toekomstige gemeentebesturen) de komende tijd naar mijn mening nóg harder inzetten. Een stad immers die sterk vergrijst en daar te weinig tegenwicht in biedt dreigt namelijk een ‘dooie’ stad te worden, met een uiteindelijk sterk uitgedund voorzieningenniveau.