
Een Dordt zonder Frits… ik kán er vooralsnog maar niet aan wennen en eerlijk gezegd wíl ik er ook helemaal niet aan wennen. Mijn collega-journalist Frits Baarda is afgelopen maandag, als gevolg van hartfalen, overleden en ik worstel, terwijl ik deze column schrijf, al een uurtje of wat met mijn gedachten, met mijn gevoelens en als gevolg daarvan met mijn woorden. Ik heb dan ook besloten dat ik de feiten vandaag maar even de feiten laat; verderop in deze krant (of online wellicht) leest u ongetwijfeld over Frits’ prachtige en bewonderenswaardige loopbaan in dit malle, maar ó zo fascinerende vak dat journalistiek heet. In mijn kast staan de boeken die hij schreef over de stad waar hij zóveel van hield… prachtboeken waar we met z’n allen (samen vormen en ‘maken’ we immers de stad) alleen maar trots op kunnen zijn. Die boeken, geschreven met liefde en zorg, vormen nu een nalatenschap die we gelukkig nog heel lang mogen, nee móeten koesteren.
En ja, ik kan in deze column natuurlijk verder uitweiden over Frits’ vakkundigheid en over het feit dat hij me altijd, gevraagd of ongevraagd, van eerlijk en deskundig advies voorzag, zowel inhoudelijk als grammaticaal. Dat deed hij in goed doordachte en fraai geformuleerde zinnen… altijd op zachte toon trouwens, maar de feiten nooit schuwend; als een conclusie of de taalzetting in een van mijn columns hem niet zinde, dan liet hij me dat, als we elkaar waar dan ook op dit eiland troffen, wel degelijk altijd eerlijk weten. Frits was immers niet alleen een rechtgeaard, maar tevens een uitermate vakkundig journalist: geen man van branie, maar van de feiten, van de research en van mooie, kloppende taal. Voor mij persoonlijk was hij een voorbeeld in vakmanschap, collegialiteit en vooral hoffelijkheid. Los van dat alles wil ik vandaag vooral gezegd hebben dat hij een van de zachtaardigste mensen was die ik ooit gekend heb.
Hij cancelde anders wel mensen omdat zij zich tegen geweld uitspraken. Hij was zeer zker geen tegenstander van (links) geweld
Wat een boute bewering, Wimpie!