
Als het goed is staat ‘ie er vandaag weer… dat bewegende bos op het Statenplein. Overal waar die ‘boombakken’ tijdelijk worden geplaatst (Station, Bagijnhof) brengen ze een glimlach te weeg op de gezichten van passanten en omwonenden en dus, zo durf ik wel te stellen, heeft dit project zich inmiddels al lang en breed bewezen.
Nu schreef ik al eerder een column over die ‘reizende’ bomen die onze stad her en der een wat groener aangezicht geven, maar juist die plaatsing op het Statenplein, toont overduidelijk een aantal zaken aan: ten eerste dat het Statenplein al véél en veel te lang té grijs, té saai en te lelijk is en dus ook zeker geen uithangbord van een stad die zich graag als toeristentrekpleister afficheert. Ten tweede maakt een groenere binnenstad (ik heb het aan den lijve ervaren) een mens simpelweg gelukkiger. En ten derde toont dit tijdelijke ‘binnenstadsbos’ aan dat we dit plein voortaan ook maar beter helemáál als evenementenplein kunnen afschaffen. Want ja, het Statenplein werd een jaartje of twintig geleden (door een eerder gemeentebestuur) toch écht voor deze ‘rol’ aangemerkt, maar in de praktijk heeft het die functie nauwelijks kunnen vervullen. Dit omdat evenementen hier hooguit op vier doordeweekse dagen én eventueel op een zondag kunnen plaatsvinden. Op vrijdagen en zaterdagen – nou juist bij uitstek evenementendagen – staat daar immers de markt die (en dat begrijp ik eerlijk gezegd óók wel weer) tijdens evenementen niet van wijken wil weten. Het tijdelijke ‘pleinbos’ brengt me op het volgende idee: maak het Statenplein permanent groener, mét ruimte voor bescheiden evenementen (en dan dus óók in het weekend) en breng de weekmarkt, na de grootscheepse renovatie aldaar, terug naar de plek waar ‘ie ooit stond… namelijk de Grote Markt. Dan wél (want dat plein is immers kleiner) met uitloop onder de Waag door, inclusief een stukje Wijnstraat en ’s Heer Boeijenstraat voor een rondje terug naar de Grote Markt. Wereldplek.