
Bouwen, bouwen en nog eens bouwen is het bijna heilige credo van dit college. Dat moet ook wel… want er zijn hier momenteel meer woningzoekenden dan woningen. Op zich een goeie zaak dus dat de gemeente Dordrecht, middels een subsidie van 16 miljoen (uit de zogeheten Startbouwimpuls van minister Hugo de Jonge) de bouw van nog eens een extra duizend nieuwe, betaalbare woningen wil vlottrekken. Alleen… toen ik dat krantenbericht las bleef ik tóch even hangen bij dat woordje ‘betaalbaar.’ Want eh, wat is dan precies betaalbaar? Of beter gezegd: voor wie bouwen we hier eigenlijk? Ik heb namelijk toch écht al een hele tijd het gevoel dat het begrip ‘betaalbaar’ juist in Dordt een nogal rekbaar begrip is. Het wil er bij mij maar niet in dat woningzoekenden in deze gemeente met een niet al te dikke beurs hier al véél te lang (én bij voortduring) stuiten op onhaalbare vraagprijzen; woningen waarvoor op z’n minst drie-en-een-halve ton moet worden opgehoest kenschetsen we in Dordt kennelijk als ‘betaalbaar,’ maar geloof me… voor een startende verpleegkundige, onderwijzer of politieagent is zo’n bedrag simpelweg niet op te hoesten… de bank lacht je nog nét niet in je gezicht uit. Starterswoningen (van even boven de twee ton dus) zijn in Dordrecht immers maar mondjesmaat te vinden, terwijl woningen in het hogere segment (veel duurder dus dan die genoemde 3.5 ton) hier rijkelijk beschikbaar zijn.
Huren dan? Ja hoor… er zijn hier best huurwoningen te vinden en die zijn echt reuze betaalbaar… op voorwaarde dat je niet eet en ’s winters graag in de kou zit. Kortom, ik miste in die aanvraag ook maar énige verwijzing naar de sociale huursector. En dat terwijl er in het coalitieakkoord 2022-2226 toch wel degelijk gerept wordt van minstens 30 procent aan te bouwen woningen in een voor gewone mensen ‘haalbare’ prijsklasse.
Hier moet echt héél snel en vooral ook drastisch worden bijgestuurd.