
Ik weet het… ik maak me er óm de zoveel jaar wel weer een keertje druk over. Ik kan het nu eenmaal niet laten nu Zwijndrecht (op zoek naar een nieuwe burgemeester) zich, in navolging van zovéél Drechtstedengemeentes, van een bedrieglijke staaltje waterverfdemocratie bedient. Waar ik het over heb? Over die zogeheten mini-enquêtes die tegenwoordig zo’n beetje overal opduiken om inwoners het gevoel te geven dat ze, bij de zoektocht naar een burgemeester, ook maar iets in de melk te brokkelen hebben. En ja, natuurlijk snap ik het waaróm van zo’n pr-trucje wel, want burgemeesters in dit land worden hier al sinds jaar en dag (zo zit onze Staatsinrichting nu eenmaal in elkaar) benoemd en niet gekozen. Daar kleven ook nadelen aan maar ik blijf er tóch een voorstander van. Door namelijk voor het burgemeesterschap geen verkiezing uit te schrijven voorkom je dat handige populisten en/of figuren die lokaal grote bekendheid genieten, zichzelf voor dit ambt ‘opwerpen’ terwijl ze eigenlijk geen flauw benul hebben wat het burgemeesterschap precies behelst en welke kwaliteiten er nodig zijn om dit ambt te kunnen vervullen. Niet voor niets gaat aan de benoeming van een burgemeester een uitvoerig traject vooraf waarbij de (door ons gekozen) gemeenteraad, de Commissaris van de Koning en de Minister van Binnenlandse Zaken betrokken zijn. Een nadeel is wellicht dat aan zo’n procedure wel eens iets ‘vriendendiensterigs’ kan blijven hangen. Zoiets van: ‘Truus heeft zich in het kabinet opgeofferd door af te treden en wordt nu gecompenseerd met het burgemeesterschap van Tietjerkstradeel.’ Dat gevoel, zo moet ik toegeven, heb ik inderdaad ook wel eens, maar feit is en blijft toch écht dat er in dit land (incidentele uitzonderingen daargelaten) over het algemeen prima functionerende burgemeesters worden benoemd; niet op basis van populariteit gelukkig, maar op basis van de uitkomsten van uitvoerige sollicitatieprocedures.
Ik zeg: beste Zwijndrechters… laat ‘m links liggen die enquête, die u hooguit de schijn van medezeggenschap verstrekt.