
Het is een hardnekkig misverstand dat het autoluw maken van een binnenstad funest is voor de omzet van de de daar aanwezige winkeliers. Waarom ik mijn column vandaag met die zin begin? Omdat ik me steeds meer begin te storen aan paniekzaaiers (vooral op de sociale media) die – in weerwil van zo’n beetje elk onderzoek op dat gebied – maar blijven roeptoeteren dat het weren van gemotoriseerd verkeer uit een stadscentrum de nekslag betekent voor de middenstand. De feiten wijzen immers het tegenovergestelde uit: onderzoeken in binnen- en buitenland hebben namelijk al lang en breed aangetoond dat winkel- en horeca-uitbaters juist baat hebben bij een autoluw stadscentrum. Een binnenstad waar minder auto’s rijden trekt zelfs aantoonbaar meer bezoekers, die ook nog eens langer blijven en uiteindelijk ook méér eurootjes uitgeven. Om er maar eens wat praktijkvoorbeelden bij te halen: Amersfoort, Leeuwarden en Delft gingen Dordt recentelijk al voor in het streven om auto’s uit de binnenstad te weren en dat beleid heeft de winkeliers aldaar geen windeieren gelegd.
Ook in Dordrecht zal het de komende jaren steeds moeilijker worden om met de auto in de binnenstad te komen. Zo wordt de Spuiboulevard uiteindelijk autoluw (die houdt straks halverwege zelfs op te bestaan) en ook op de Burgemeester de Raadtsingel en de Spuiweg wil de gemeente het autoverkeer de komende jaren serieus gaan beperken. Daar moet dan natuurlijk wél iets tegenover staan: meer ruimte én veiligheid voor fietsers en wandelaars én meer parkeermogelijkheden (liefst zonder lange rijen) aan de randen van het centrum. Garage Spuihaven krijgt er bijvoorbeeld wat verdiepingen bij, al vrees ik dat louter uitbreiding van louter die garage, zeker nu ‘Veemarkt’ inmiddels is opgedoekt, té mager is. Er moet, aan de rand van het stadshart, toch écht nog ergens een parkeergarage bijkomen. Nu hoor ik u al denken… maar we hebben toch ook nog de parkeergarages Visstraat en Drievriendenhof? Dáár kom ik in een volgende column op terug.