
Het was gisteren tóch een beetje de dag waarvan je wist dat ‘ie zou komen. Nou ja, in mijn krant althans want die ‘opende’ met een weerwaarschuwing van een wethouder. Die wethouder heet Peter Heijkoop en die waarschuwing betreft de naderende winter. En nu moet u dat even niet letterlijk nemen… Heijkoop had het namelijk over de risicovolle situatie waarin de stad op enige moment ‘verzeild’ kán… nee, onvermijdelijk zál raken. Hij stelt dat het met het gemeentelijk huishoudboekje vooralsnog snor zit, alleen eh… niet heel lang meer. ,,Vergelijk het met een huishouden met veel vermogen op de bank, maar dán eentje waar onvoldoende salaris binnenkomt om alle uitgaven te kunnen doen.’’ Met die uitgaven doelt de wethouder op een aantal begrotelijke klussen die er aan zitten te komen, zoals de vernieuwing van onderwijsgebouwen, het herstel van kademuren en onderhouds- of zelfs eventuele vervangingskosten aan begrotelijke ‘zwarte gaten’ als het Energiehuis en de Sportboulevard. En natuurlijk heeft Heijkoop gelijk met zijn waarschuwing, die mij ernstig doet denken aan mijn jeugdjaren. We hadden het vroeger thuis goed, maar niet breed en dus grapte mijn vader aan tafel nog wel eens met een of ander bezuinigingsvoorstel: ,,Jongens, de pot is weer leeg, dus we zeggen óf de Donald Duck op, óf we moeten één kind weg doen.’’ Beide voorstellen hebben het thuis nooit gehaald, maar het was zijn manier om aan te geven dat er in de tuin geen geldboom stond.
Die had de gemeente wél, namelijk een gegarandeerde periodieke inkomstenstroom uit Eneco-aandelen. Die ‘geldboom’ leverde elke lente voldoende dividend op om de winter door te kunnen komen. Alleen heeft het gemeentebestuur dat aandelenpakket in 2018 verpatst om eenmalig vet (368 miljoen) te kunnen cashen. Ofwel, we hebben de boom omgehakt… alleen wordt die houtstapel, waarmee we tot dusver de kachel stookten, alweer griezelig laag. Het laat zich raden voor wiens rekening straks het aanvullen van die stapel komt.