
Kom aan het autootje en een deel der natie begint onmiddellijk moord en brand te schreeuwen. Mijn column van afgelopen week, over het streven van dit gemeentebestuur de binnenstad wat autoluwer te maken riep vooral positieve, maar toch ook enkele negatieve reacties op. Da’s op zich niet erg, alleen is het zo jammer dat de tegenstanders de in die column opgeworpen argumenten (die vóór een autoluwe stad pleiten dus) laten voor wat ze zijn. Veel van die moord-en-brand-brullers komen dan met reacties als: ‘Hij woon (zonder t) zeker zelf in de binnenstad’ of ‘De stad gaat zo nóg verder naar de klote.’ En dat terwijl onderzoek nou juist heeft uitgewezen dat steden waar het autoverkeer zoveel mogelijk geweerd wordt er juist op vooruit gingen… zowel qua bezoekersaantallen als qua omzet van winkeliers en horeca-exploitanten. Blijkbaar, zo móet ik helaas concluderen, is het gros van de tegenargumenten afkomstig van mensen die de column niet eens gelezen hebben en dus louter hun tóch al chronische chagrijn de vrije loop laten. Waarom? Geen idee. Misschien omdat ze met hun karretje het liefst het terras óp rijden? Dat uurtje nodeloos ronken in een binnenstadsfile nemen ze daarbij blijkbaar voor lief. Dat is dan zeker deel van de zaterdagse totaalbeleving geworden, zo vermoed ik.
En oh ja… hoezo: ‘de stad gaat op die manier nog verder naar de klote?’ Da’s óók zo’n versleten non-argument, want nooit eerder in de geschiedenis van deze stad was er immers zóveel horeca; bij mooi weer zitten de terrassen bommetje vol en het aantal binnenstadsbezoekers bevindt zich momenteel op een ‘all-time’ hoogtepunt. Verder loopt de markt als een tierelier, kun je in deze stad tegenwoordig overal boottochtjes maken en bloeit vooral het westelijk deel van de Voorstraat als nooit tevoren. En ja, problemen en minpunten kent Dordt ook; daar schrijf ik al bijna 14 jaar regelmatig columns over… mét emotie soms, maar altijd wel op basis van feiten.