
De stad en de auto. Het zou de titel kunnen zijn van een welhaast dagelijkse rubriek in deze krant. En nee, geloof me, ik ben geen autohater, dus deze column wordt geen ongenuanceerde aanklacht tegen auto’s en autobezitters. Ik ben zelf binnenstadsbewoner, in het bezit van een auto en ook blij met mijn karretje. Wél vind ik dat een binnenstad met minder blik – zowel stilstaand als rijdend – een leukere en vooral ook mooiere binnenstad is. Daarbij komt dat een autoluwe binnenstad voor een substantiële toename van publiek zorgt. Die bezoekers besteden ook nog eens meer geld, dus dit komt de middenstand alleen maar ten goede. Dat verzin ik niet… dat hebben onderzoeken (in steden die hierin voorloper waren) simpelweg aangetoond. Toch wil ik het nu even niet hebben over binnenstadsbezoekers, maar over binnenstadsbewoners. In de krant van gisteren las ik over de zogeheten mobiliteitsvisie van het college die er, zij het voorzichtig (de raad moet het nog goedkeuren), op aanstuurt het binnenstedelijk straatbeeld aantrekkelijker te maken door hier op termijn honderden parkeerplekken weg te halen. Neem bijvoorbeeld het historisch havengebied… misschien wel het mooiste plekje van Dordt. Die staat als sinds jaar en dag vol met auto’s. Enkele jaren geleden was dit stukje Dordt, als gevolg van kadewerkzaamheden, héél even deels autovrij en dán pas zie je eigenlijk hoe mooi het hier kán zijn. Feit is echter dat er aan die historische havens ook mensen wonen… niet zelden in het bezit van één of meerdere auto’s. Die hebben ze (zij het niet in de binnenstad zelf natuurlijk), met het oog op hun werk, of vanwege welke privé-omstandigheden dan ook, natuurlijk ook gewoon nodig. Alleen al om die reden vind ik dat het gemeentebestuur nu serieus (én snel) moet gaan inzetten op de bouw van een ondergrondse parkeergarage aan de Grote Markt. En ja, dat zal een peperduur project worden, maar wél een project dat zichzelf uiteindelijk terugbetaalt.