
Eind jaren zeventig, Gemeentelijk Lyceum Noordendijk. De aula stond vol met honderd leerlingen die, op deze heugelijke dag, dat ó zo kostbare papiertje in ontvangst gingen nemen. Alleen sloeg de sfeer, tot dan toe feestelijk en verwachtingsvol, abrupt om toen de rector sprak: ,,Het is allemaal mooi en aardig hoor, zo’n HAVO-diploma… maar in feite kún je nog niks en er zit ook niemand op je te wachten. Kortom, jullie zijn nu niets meer dan een nieuwe lichting gediplomeerde werkelozen. Het beste wat je kan doen is als de wiedeweerga een vervolgopleiding kiezen om een serieus vak te gaan leren. Eer je dáármee klaar bent is de arbeidsmarkt hopelijk ook weer in beweging gekomen.’’
De rector kreeg geen applaus die avond. Pas later die week kwamen we er achter dat de man vooral eerlijk was geweest. Er wás namelijk geen werk voor mensen met louter een HAVO-papiertje; de kaartenbakken van het Arbeidsbureau waren nagenoeg leeg, de winkels in de binnenstad hadden meer dan genoeg personeel en ook in de horeca en zelfs in de zorg was het aanbod mondjesmaat. Een huurhuisje had ik daarentegen al wél snel. Die waren destijds namelijk ruim voor handen en ook makkelijk betaalbaar, ja zelfs met een RWW’tje.
Het is de omgekeerde wereld, vergeleken met de huidige: wie vandaag de dag niet werkt moet haast wel ziek, zwak, misselijk, ongeletterd, digibeet of gewoon onwillig zijn, want de vraag naar werkkrachten (ja, ook zonder diploma’s) is momenteel groter dan de vraag en die vraag zal, met het oog op de naderende vergrijzingsgolf, de komende jaren alleen maar stijgen.
Huizen voor (al dan niet gediplomeerde) ‘nestverlaters’ daarentegen zijn simpelweg niet te vinden. In mijn jonge jaren, toen het journalistendiploma eenmaal binnen en de krapte op de arbeidsmarkt verdwenen was, werd je door het bedrijfsleven ‘gelokt’ met een autootje van de zaak. Nu lijkt het me voor werkgever slimmer om je personeel een woninkje aan te bieden.