Een project dat meer onbegrip dan liefde oogstte


Héél gek, maar ik werd vanochtend wakker met een ietwat wereldvreemd, maar toch ook wel weer lollig beeld op mijn netvlies. Ik zag namelijk licht opgewonden plaatsgenoten een half verkoold scheepswrak door de stad slepen. En nee, dat was geen voortvloeisel van mijn fantasie na een heftig avondje pimpelen, want het is écht gebeurd… ruim een jaar geleden alweer, op nog geen minuut lopen van mijn voordeur. Dat slepen alleen al was onderdeel van een kunstproject dat – in het kader van de herinrichting van het Hofkwartier – bedacht was door de Britse kunstenaar Edward Clydesdale. Zijn plan, om een, in de Biesboschhal vervaardigde, 14 meter lange tjalk, min of meer dwars door de tuinmuur van het Dordrechts Museum te laten slepen (nou ja, een deel van die muur moest, om dát te suggereren, tijdelijk even verwijderd worden) stuitte in de stad destijds op veel weerstand. Alleen al om die reden zou je dat kunstproject (waar de gemeente ruim twee-en-een-halve ton voor ophoestte) geslaagd kunnen noemen. Immers, als er over kunst ‘gedebatteerd ’, nee zelfs op het scherpst van de snede getwistwordt (in positieve óf negatieve zin) dan heeft dat tóch ‘iets van een effect’ bij mensen te weeg gebracht. En ja, puur op basis daarvan kun je dus stellen: hier is een missie volbracht… althans, zij het dan vooral vanwege de ophef die het creëerde, want het project veroorzaakte meer onbegrip dan bewondering. In die ‘geest’ herinneren de wat oudere lezers zich ongetwijfeld die pindakaasvloer en dat in zee leeggegoten Exotaflesje van Wim T. Schippers. Feit is dat veel Dordtenaren vandaag de dag niet met héél veel liefde terugdenken aan die ‘scheepsramp’ van Clydesdale.
Trouwens… er zou toch óók nog iets met die brokstukken gebeuren? Verguld dacht ik en eh… ‘neergelegd’ op de plek waar ze zogenaamd van dat versleepte schip afvielen? Of is het destijds zo verguisde project inmiddels met stille trom afgezonken bij de Azoren?

Plaats een reactie