
De late avondwandeling met Blafmans duurt niet altijd even lang. Dat hangt, dat begrijpt u vast, meestal van het weer af. Dit keer zit het mee… het is, na een lange natte dag, zomaar even droog en dus ‘dwalen’ mijn viervoeter en ik rond het middernachtelijk uur, verder van huis af dan we eigenlijk van plan waren.
Op een bankje aan de Pottenkade tref ik een bekende aan, namelijk de altijd goedlachse, maar ook ‘gehaaide’ dakloze Huib die, bij welk weertype dan ook, de nachtopvang halsstarrig mijdt. ,,Nee joh, da’s niks voor mij… dan moet je je ’s middags altijd éérst ’s aanmelden en dan óók nog op een bepaald tijdstip binnen zijn. Ik heb heus mijn vaste plekkies voor de nacht wel hoor en in die slaapzak van me krijg je het, waar dan ook, vanzelf wel warm.’’
Nadat hij Blafmans uitgebreid geknuffeld heeft maak ik aanstalten om door te lopen. Dan zegt Huib. ,,Weet je wat? Ik loop een stukkie met je mee.’’
Al kletsend over van alles en nog wat arriveren we zo stapsgewijs weer in mijn eigen buurtje en ik weet nu dat Huib voor vannacht de parkeergarage Drievriendenhof als onderkomen heeft uitgekozen. ,,Hoe kom je daar binnen dan?’’ vraag ik. ,,Dat ding zit ‘s nachts potdicht toch?’’ Huib grijnst mysterieus. ,,Maak je dáár nou maar geen zorgen over, ik red me wel.’’
Tegen beter weten in bied ik Huib nog een thermosfles thee en wat boterhammetjes aan, al weet ik wat er nu gaat komen. ,,Als je nou tóch zo nodig je schuldgevoel moet compenseren dan is een kleine bijdrage meer dan welkom?’’
Met het geld voor de glazenwasser, dat bij ons thuis altijd onder de klok ligt, wandelt Huib met vrolijk gemoed naar zijn ‘geheime’ ingang. Nét voordat ik de deur sluit draait hij zich om en roept: ,,Ik een tientje, jij een column… da’s eigenlijk niet eens zo’n beroerde deal toch?’’