
Ik zal het maar gewoon eerlijk zeggen: ik vond het moeilijk om dat interview met Chemours-directeur An Lemaire (in de Volkskrant van gisteren) te lezen zonder tandenknarsen. En geloof me… ik had me serieus voorgenomen om dat stuk zo emotieloos mogelijk – en ook nog eens met de oprechte wil om eens door die Chemours-bril te kijken – tot me te nemen. Maar helaas, dat is me niet gelukt en dat lag zéker niet aan mijn Volkskrant-collega’s; die stelden namelijk de juiste vragen en legden op Lemaires antwoorden ook voortdurend de juiste tegenargumenten neer. En natuurlijk zijn al die vragen, alsmede de antwoorden van Lemaire, uitvoerig door de handen van ‘uitgenaste’ voorlichters gegaan. Daar was ik niet bij natuurlijk, maar ik stel me zo voor dat het artikel tot stand gekomen is na een heleboel heen en weer gecorrespondeer met een voor beide partijen enigszins aanvaardbare uitkomst. Toch is mijn conclusie de volgende: de Volkskrant heeft gedaan wat het moest doen, namelijk Chemours ter verantwoording roepen door ze vooral met feitelijkheden om de oortjes te meppen. Het resultaat? Tja, in de directiekamer van het chemiebedrijf zullen ze ongetwijfeld tot de conclusie gekomen zijn dat de pr-missie geslaagd is, want (zó zien ze het daar ongetwijfeld) er is naar hartenlust schoongepraat wat vies is en rechtgepraat wat krom is. Verder is er ten overvloede ‘betreurd’ dat er vroeger wel eens iets mis ging maar eh… ‘dáár kan ik natuurlijk niks aan doen, want toen zat ik nog op school’, aldus de Chemours-baas, die met deze woorden haar eigen (mogelijk strafbare) verantwoordelijkheid wel érg makkelijk van zich afschuift. Tegelijkertijd benadrukt ze de nut en noodzaak van ‘haar’ bedrijf, want bij Chemours worden immers ook die ‘stoffen’ gefabriceerd die onontbeerlijk zijn bij de productie van medische hulpmiddelen als stents en katheters, alsmede van producten die de zo broodnodige energietransitie mogelijk maken. Geen spijt, geen berouw, geen mededogen. Tenenkrommend… hemeltergend.