Een levenskeuze waar ik nooit spijt van kreeg…


Je levenskeuzes achteraf beschouwen is als een koe in zijn kont kijken en dus zinloos, zei ooit wijlen mijn vader. Ik moest ineens aan die opmerking denken toen ik me realiseerde dat ik inmiddels een twee keer zo groot deel van mijn leven binnen dan buiten de Dordtse binnenstad heb doorgebracht.
Het was destijds een bewuste keuze om in hartje stad te gaan wonen en dus absoluut niet in een buitenwijk. Dat bedoel ik niet negatief richting de bewoners van welke Dordtse wijk dan ook, maar ik werd – opgegroeid in buitenwijken (aanvankelijk Hoogvliet, met zicht op de pijpen van Pernis en later Sterrenburg) – nu eenmaal plompverloren verliefd op die destijds zo gevel-, kleur- en klankrijke ouwe binnenstad. En dus nam ik mij, als 11-jarige, lopend aan de hand van mijn moeder tijdens koopavonden, voor dat dit ‘centrum van de wereld’ later – als ik groot was – mijn definitieve domicilie zou worden. Dat gebeurde ook, zo’n tien jaar later, al was ik me toen inmiddels al bewust van het feit dat Dordt hooguit het centrum van mijn eigen wereld zou worden. Ik bedoel… zó boeiend bleek die binnenstad aanvankelijk nou ook weer niet; het uitgaansleven was hier mager (je liep je op zaterdagavond suf van Het Avontuur naar Dolhuis en Bombardon), het centrum telde welgeteld twee terrassen en het Scheffersplein was eigenlijk vooral een parkeerterrein. In de loop der jaren heb ik die binnenstad om mij heen alleen maar boeiender zien worden: terrasrijker, met goeie restaurants, fijne cafés, een prima filmhuis, heerlijke musea, een trotse schouwburg, en doorkijkjes naar het water die nooit vervelen. Kortom, van mijn keuze heb ik nooit spijt gehad, ook al stralen het Bagijnhof, de Sarisgang en het Statenplein vooral ‘provinciestad jaren zeventig’ uit en is het middengedeelte van de Voorstraat nog altijd geen lust voor de zintuigen. Die mindere kanten neem ik voor lief…. dat héb je nu eenmaal met liefde.

Plaats een reactie