‘En… kun je de kerk zien? De molen dan?’


Toen ik lang geleden mijn eerste huurhuisje in de binnenstad betrok voelde ik me de koning te rijk. Nee, niet omdat dat piepkleine huurwoninkje nou zo fantastisch was, maar omdat ik vanuit de keuken de Grote Kerk kon zien. ,,Dan ben je niet alleen gezegend, maar weet je ook altijd hoe laat het is.’’ Dat vertelde mij destijds een inmiddels overleden collega van deze krant. Ik dacht dat hij dat spottend bedoelde,  maar kennelijk is het een typisch Dordtse uitspraak, want ik hoorde ‘m in de loop der jaren – in diverse varianten – nog dikwijls voorbij komen. ,,Nieuw huis? En… kun je de kerk zien?’’ Bij een volgende verhuizing (er zouden er nog velen komen) moest ik antwoorden: ,,Nee, maar ik zie vanuit mijn slaapkamer nu wél de wieken van de molen.’’ Ook dán, zo leerde ik, schijn je als Dordtenaar een bevoorrecht mens te zijn.
Vandaag valt mij de eer te beurt om in molen Kyck over den Dyck het eerste zogeheten voegenbrood in ontvangst te nemen en als gevolg daarvan voel ik me, als geboren Rotterdammer, al de hele week Dordtser dan Dordts. Dat voegenbrood heeft z’n naam te danken aan een crowdfundingsactie die het molenbestuur, in mei van dit jaar, opzette om het (afbrokkelende) voegwerk van de molen te kunnen herstellen.
In mijn zoektocht naar wetenswaardigheden ter omlijsting van mijn dankwoordje vandaag, stuitte ik op een uitspraak van de Duitse schrijver/filosoof Goethe: ‘Molenaars geloven dat het graan enkel groeit om hun molens aan het werk te houden.’ In dit geval weet ik zeker dat dit spottend bedoeld is, maar ik ‘vertaal’ het als een compliment aan al die uiterst gepassioneerde en creatieve vrijwilligers van Kyck over den Dyck. Zij denken en doen voortdurend ‘in oplossingen’ en dat siert ze. Verder wil ik zeggen: kom eens kijken in de molen, koop er een zakje broodmeel of bakmix en steun daarmee de restauratie van een Dordts icoon.

Plaats een reactie