
‘Uw bedrijf verzwijgt doelbewust informatie over het giftige karakter van PFAS en toont daarmee een gebrek aan respect voor de mensenrechten van omwonenden.’
Deze keiharde beschuldiging van de VN-mensenrechtenrapporteur Marcos Orellana mag dan in eerste instantie gericht zijn aan de directie van de Chemoursfabriek in het Amerikaanse Fayetteville, maar tussen de regels door is wel héél duidelijk te lezen dat Orellana in zijn boodschap ook doelt op de Chemours-tak in Dordrecht. De VN-rapporteur uit zijn bezorgdheid over het gebrek aan interesse dat de Chemoursfabrieken (dus ook die in Dordt) al sinds jaar en dag hebben met betrekking tot het welzijn van de bevolking. ‘Mensen hebben immers recht, zo staat in de brief, ‘op schoon en veilig water.’
Ik vind het op zich al verbijsterend dat zelfs de VN (uiteindelijk toch het áller-hoogste internationale orgaan dat zich bezig houdt met zaken als veiligheid en mensenrechten) nu op een dergelijk onomwonden wijze haar ernstige bezorgdheid uit over ‘mensenrechtenschender’ Chemours. Daaruit kan ik immers alleen maar opmaken dat hier inmiddels toch écht helemaal niks meer te bagatelliseren en schoon te praten valt. En daarom vind ik het eigenlijk nóg verbijsterender dat de Dordtse Chemours-directie dat wel degelijk blijft doen. Sterker nog, Chemours kaatst de bal eigenlijk doodgemoedereerd terug. Hoe? Dat vergt enige uitleg. Chemours in Dordt en Chemours in de VS zijn nauw aan elkaar verbonden en momenteel wil Dordt haar ziekmakende afvalwater verschepen naar haar Amerikaanse partner om aldaar de hoge concentraties GenX (in dat ‘Dordtse’ afvalwater dus), naar eigen zeggen, terug te winnen. ‘Dát we dat doen is juist goed voor het milieu’, stelt Chemours in een reactie op de VN-aanklacht.
Ja hoor, da’s nét zoiets als beweren dat je gehaktballen eet om de veestapel terug te dringen. ‘Nee, we eten principieel eigenlijk nooit vlees hoor… we vinden het niet eens lekker, maar voor het milieu offeren we ons nu eenmaal graag op.’
Schaamteloos dit. Nee, erger nog… respectloos.