
De meeste marktlui alhier zijn zelf geen Dordtenaren… ze komen van heinde en ver om op het Statenplein en de Sarisgang hun koopwaar ‘aan de Schapekop’ te brengen. Niks mis mee, maar het is toch écht de clientèle die de weekmarkt haar authentieke eilandkarakter verschaft: wat oudere Dordtenaren vaak, afkomstig uit Wielwijk, Krispijn of Crabbehof, ‘op de brommert’ soms (helm vaak op houdend) met gortdroge en onomwonden jij-bak-humor tijdens het ‘verplicht’ haring happen.
Menig column heb ik in de loop der jaren dan ook te danken aan de gesprekken die ik daar, soms tegen wil en dank, voerde…. meestal op de vrijdagmarkt trouwens, want die is zóveel ‘ons-kent-onzer’ en daardoor nét een tikkie sfeervoller dan de drukkere en minder persoonlijke zaterdagmarkt.
De Dordtse vrijdagmarkt is een volkstheater van kleur en klank met de geur van patat, aangebroken mandarijntjes en gebakken vis. De meegebrachte bloemen (hoe later, hoe goedkoper) ruik je eenmaal thuis pas écht.
Het zal u inmiddels duidelijk zijn dat ik dol ben op de Dordtse weekmarkt… alleen staat ‘ie, wat mij betreft, simpelweg nog altijd op de verkeerde plek. De markt maakt het immers onmogelijk om op het evenementenplein Statenplein serieuze evenementen te organiseren; die vinden immers vaak (óók, of misschien zelfs voornamelijk) op vrijdagen en zaterdagen plaats, maar juist op die dagen kán daar dus, vanwege die markt, eigenlijk hélemaal niks anders meer. Daar wil wethouder Burggraaf verandering in brengen en dat vind ik een moedig plan. Toen ik een soortgelijk gedachte (de markt als het ware ‘opschuiven’) jaren geleden als eens opperde waren er kooplieden die even ‘not amused’ met deze columnist waren. Da’s jammer dan, maar ik blijf nu eenmaal geloven in een Statenplein als evenementenlocatie (zo is het destijds ook ‘bestemd’), met méér en meer veelzijdige horeca en méér groen. Een toekomstige weekmarkt op een serieus ‘verkeersloos’ Bagijnhof (met wellicht ‘uitloop’ naar Sarisgang, Achterom en Visstraat) kan volgens mij zelfs nóg sfeervoller worden.