Als uitgaansstad is Dordt nog altijd wat ‘comateus’…


Meer terrasruimte, horeca-openingstijden tot in de kleine uurtjes, een ban op fastfoodketens in de binnenstad en een andere plek voor de weekmarkt. Over dat laatste schreef ik eerder deze week al een column; daarin gaf ik aan het een prima idee te vinden om de markt in de nabije toekomst ‘op te schuiven’ naar het Bagijnhof, zodat het Statenplein weer een serieus evenementenplein (met méér groen en horeca) kan worden.
Vandaag wil ik het hebben over die andere, hierboven genoemde, bestuurlijke ambities met als doel het Dordtse uitgaansleven een serieuze ‘boost’ te geven. Want ja, het is inderdaad een feit dat deze stad zich als (late) uitgaansstad in de afgelopen vier decennia nooit écht lekker ontwikkeld heeft. Toegegeven, mijn generatie had hier nou ook weer geen héél beroerde jeugd hoor… ik was als jongeling in de jaren tachtig (geen disco-type) best gelukkig met de bandjes in Bibelot, de pinda’s, de ‘donkerbruine’ tosti’s en het relatief goedkope bier in ’t Avontuur, alsmede met het sfeertje – later op de avond – in de Bombardon en het soms ietwat ‘ruige’ Dolhuis. Dat het hier allemaal wat behelpen was begon ik pas écht te in te zien toen ik ging studeren in Tilburg… ook niet bepaald een wereldstad, maar wél een uitgaansparadijs vergeleken met het destijds nog half comateuze Dordt waar ik opgroeide. Het streven naar méér horeca en langere openingstijden alhier onderschrijf ik dan ook van harte, ook al ben ik zelf inmiddels al lang geen nachtelijke uitgaanstijger meer.
In deze column wil ik het trouwens óók nog even hebben over die beoogde ban op fastfoodketens in het stadshart. Ook daarmee ben ik het volmondig eens. En nee, die Mac aan het Bagijnhof en die KFC aan het Achterom zitten me heus niet in de weg hoor, maar nóg meer van dat soort dingen moeten we – althans in het centrum – écht niet willen… da’s zó Zoetermeer 1983.

Plaats een reactie