‘Ach, eigenlijk streven we allebei naar hetzelfde toch?’


‘Weet je wat het is? Jij hebt gewoon een laagdrempelig hoofd.’
Even wist ik niet of ik dat nou als een belediging of als een compliment moest opvatten, maar het bleek positief bedoeld. Aan de koffietafel in de sportschool ging het over de kroniekjes die ik zo nu en dan opteken, na ontmoetingen met kleurrijke mede-Schapekoppen. ‘Waar kom je die mensen tegen dan? En hoe komt het dat je er zo makkelijk mee in gesprek raakt?’
Die vraag – op zich een goeie – kan ik eigenlijk niet écht beantwoorden. Als ik, al dan niet met Blafmans aan mijn zijde, door de binnenstad wandel ga ik nooit bewust op zoek naar een gesprek en al zeker niet naar een gesprek dat tot een column moet leiden.
Toen ik de sportschool verliet werd ik voor de deur van de naastgelegen supermarkt begroet door beroepsbietser Gus, die daar nagenoeg de hele dag rond hangt. ‘Balen hè van Feyenoord?’, zegt hij zalvend. De slimmerik had gewoon het Feyenoord-logo op mijn van zoonlief geleende sporttas waargenomen. Toch beantwoord ik zijn openingszet met gepast sombere blik, al weet ik wat er nu gaat komen. Via zijn gebruikelijke omweggetjes – in dit geval waren dat de regen, de Grote Geert show en de binnenstedelijke verkeersdrukte – weet Gus het gesprek uiteindelijk altijd weer om te buigen naar waar het hem eigenlijk écht om gaat: ‘Nu kom ik vandaag toevallig nét wat muntjes te kort voor de nachtopvang, dus misschien een kleine bijdrage?’ Ik reageer quasi beledigd: ‘Je bedoelt gewoon dat je bier op is?’ Dan schiet Gus in zijn ontwapenende mea culpa-lach en zegt: ‘Ach… eigenlijk streven we allebei hetzelfde doel na toch? Jij traint je drie keer per week suf voor een sixpack en ik koop ze gewoon bij de Dirk.’
Terwijl ik naar huis loop denk ik: allemaal leuk en aardig hoor, zo’n laagdrempelig hoofd, maar het kost je wél steeds je kleingeld.

Plaats een reactie