
Het is december ofwel de reflectiemaand bij uitstek en zoals gebruikelijk doe ik ook dit jaar weer mijn eigen duit in het terugblik-zakje. Want wat voor jaar beleefde Dordt eigenlijk? Of beter gezegd: ‘Waar maakte ik me als ‘stadskronieker’ nou serieus druk over in 2023?’
Als ik terugblader naar die eerste maand van dit jaar komt één publieke ergernis, nét als in de jaren daarvoor trouwens, altijd wel weer boven drijven. Namelijk die over vuurwerkschade, aangericht door losgeslagen halve zolen die in december graag een beetje met heuse ‘explosieven’ (want dát zijn het inmiddels) experimenteren. Eén ding valt mij op: we reageren er inmiddels vooral gelaten op; we maakten althans in januari nauwelijks nog serieus stennis over ‘bommetjes’ in straatprullenbakken, ‘granaten’ onder geparkeerde auto’s en geblakerde gevels. Ook de AED (een levensreddend apparaat) aan een muurtje aan de Vest moest het in december ontgelden, maar we haalden daar, vermoedelijk doodmoe en lamgeslagen door het eeuwige gezeur, inmiddels hooguit zuchtend, de schouders over op.
Nee, écht een fijne traditie hoor ‘onze’ vuurwerktraditie… die de gemeente ook dit jaar weer voor ruim een halve ton aan herstelwerkzaamheden opleverde. Nou ja, gemeente… dát zijn wij met z’n allen toch? Uiteindelijk draaien u en ik (belastingbetaler) indirect voor de schade op.
Waar we trouwens wél serieus over mopperden begin 2023 (en massaal ook) was over de Kerstmarkt, die de afgelopen jaren (corona, storm) niet doorging en die nu dus definitief vervangen wordt door allerhande, ja, óók leuke, alternatieven. Veel chagrijn daarover.
Een andere publieke ‘boosmaker’ was de dreiging dat de hertjes in park Merwestein (na ruim 137 jaar) wel eens voor eens en altijd zouden kunnen verdwijnen. Eerlijk gezegd heb ik daarover de afgelopen maanden nog weinig vernomen. Ik heb zo het vermoeden dat ze in Den Haag momenteel wel even iets anders aan hun hoofd hebben; in politieke wandelgangen en in de media is het momenteel behoorlijk bronsttijd, zeg maar.
Leuk, die laatste zin.