
In deze decembermaand blik ik, zoals ik dat al jaren achtereen doe, terug op mijn nu bijna afgelopen columnjaar. In 2023, zo schreef ik al in twee voorgaande terugblikcolumns, draaide het onder andere over vragen als: mogen de hertjes in het Merwesteinpark wél of niet blijven (voorlopig niks aan de hand)? Zijn die gifgroene scootertjes in de stad nou een zegen of een vloek (da’s afhankelijk van aan wie je dat vraagt)? En… is het nou écht zo’n ramp dat de Kerstmarkt een stille dood gestorven is (Ook hierover zijn de meningen verdeeld)?
Vandaag wil ik het graag met u hebben over zonnepanelen, of beter gezegd over het gemeentelijk beleid aangaande die dingen. De gemeente was daar altijd een tikkie – hoe zeg ik dat netjes? – ambivalent in. Ik bedoel… zonnepanelen graag natuurlijk (hoe meer, hoe beter, want prettig voor ijsbeertjes), maar dan toch liever niet, althans niet ál te zichtbaar, in beschermd stadsgebied. Het is in het verleden zelfs wel eens gebeurd dat binnenstadbewoners (nabij Kunstmin) die dingen op last van de gemeente weer moesten verwijderen.
En nu klopt het inderdaad dat zonnepanelen (ook al worden ze steeds mooier en beter) nou niet bepaald een feest voor het oog zijn maar, zoals ik in februari van dit jaar al aangaf, misschien is het toch handiger dat we daar op dit eiland, gezien de huidige energiecrisis en de staat van onze planeet, iets coulanter mee omspringen? Dat vonden de fracties van de VVD, het CDA en GroenLinks ook en om die reden dienden deze partijen begin dit jaar een zogeheten initiatiefvoorstel in bij de gemeenteraad om de regelgeving hieromtrent enigszins te versoepelen. Da’s kennelijk gelukt, want onlangs bracht de gemeente een zogeheten interactieve kaart uit waarop in één oogopslag te zien is waar het in de binnenstad wél en niet kan. En dat ‘wél’, zo blijkt, geldt inmiddels voor véél meer plekken dan voorheen. Verstandige inkeer, wat mij betreft.