
In mijn alweer derde column waarin ik terugblik op 2023, wil ik het vandaag met u hebben over de wijk Crabbehof. In maart van dit jaar namelijk spraken de gemeente en de aldaar actieve wooncorporaties het voornemen uit om de wijk , die al jaren in een soort vrije val verkeert, weer wat op te liften. Dit door ‘m – en ik citeer – groener, veiliger en duurzamer te maken. De vraag rijst dan natuurlijk… lukt dat tot dusver een beetje?
In mijn jonge jaren was Crabbehof een succesvolle uitbreidingswijk, overwegend bewoond door Dordtenaren, die er bewust voor gekozen hadden om er in ‘hun’ nieuwe leefomgeving serieus iets van te gaan maken. Crabbehof was ooit een aangenaam ogende en veilige familiewijk, waar de werkloosheidscijfers laag waren en waar mensen nog naar elkaar omkeken. Ik kwam er in mijn jonge jaren vaak en graag, vanwege het feit dat ik er vrienden, collega’s en familieleden had wonen. Crabbehof was ooit – nog vóórdat er sprake was van een Sterrenburg en een Stadspolders – dé ultieme Dordtse pionierswijk.
De tijden zijn veranderd. Crabbehof is achteruit gehold. In welke zin? Tja, de statistieken spreken voor zich: er leven hier bovengemiddeld veel mensen van een uitkering, een groot aantal huurwoningen alhier (ooit paradijsjes) voldoet al lang niet meer aan de eisen van deze tijd en de gemiddelde inwoner voelt zich er in de avonduren op veel plekken rondweg onveilig. Verder wordt er veel drugs gebruikt, speelt zich hier relatief veel huiselijk geweld af en voelt een toenemende groep inwoners zich eenzaam. De ooit zo trotse volkswijk kreeg in de loop der jaren achtereenvolgens het predicaat probleemwijk, aandachtswijk, signaalwijk en Vogelaarwijk.
En toegegeven… er vinden hier momenteel inderdaad diverse (sociale) nieuwbouwprojecten plaats en met allerhande ‘programma’s’ wordt ook hulp geboden met betrekking tot gezondheid, onderwijs en werk. Allemaal goeie bedoelingen hoor… maar ze voelen tóch een beetje aan als pleisters plakken op een slagaderlijke bloeding.