
Niet harder dan 30 kilometer per uur binnen de bebouwde kom… nou ja, met uitzondering dan van de wat grotere ‘verbindingswegen en -straten in de stad. Nu zelfs de voorzitter van de RAI Vereniging, ofwel de belangenorganisatie van fabrikanten en importeurs van personenauto’s, trucks, motoren, snor- en (brom)fietsen, hier hartstochtelijk (in deze krant) voor pleit kan ik niet om de columns heen die ik daar het afgelopen jaar over schreef.
Die gingen bijvoorbeeld ook over tegenstanders van dit idee, die bij hoog en bij laag blijven beweren dat er nauwelijks een aanwijsbaar verschil is tussen 50 en 30 kilometer per uur. Zij hebben simpelweg ongelijk; diverse onderzoeken in binnen- en buitenland hebben namelijk uitgewezen dat 30 instellen als norm niet alleen leidt tot een mentaliteitsverandering, maar – in fysiek opzicht dus – ook tot een hogere overlevingskans bij aanrijdingen. Een voetganger bijvoorbeeld, die aangereden wordt met een snelheid van 30 km per uur heeft een overlevingskans van 95 procent. Dat is maar liefst 10 procent hoger dan bij 50 kilometer per uur. Daarbij komt dat er bij een 30 km-norm simpelweg minder ongelukken gebeuren omdat die lagere snelheid verkeersdeelnemers ook meer tijd en dus kans tot correctie (remmen, uitwijken) biedt. Kortom: 30 is gewoon veiliger, of we dat nou leuk vinden of niet.
Volgens mij kunnen we daar ook best aan wennen met z’n allen… ik bedoel, als dat zelfs in de VS lukt (daar is stapvoets rijden binnen de bebouwde kom al tientallen jaren een vanzelfsprekendheid) dan moet dat ‘bij ons’ ook kunnen toch?
En qua handhaving? Ik zou zeggen, laten we nou eens beginnen met het plaatsen van een aantal permanente snelheidscamera’s op de inmiddels welbekende binnenstedelijke racebanen. Nee, niet zoals die bij de oprit naar de A16 en op de Papendrechtse brug (daar dienen ze voornamelijk als ordinaire melkkoe) maar op plekken in stadswijken waar ze de veiligheid van mensen écht ten goede komen.