
Vanavond mag ik naar het wintercircus van Tony en Joop en ik verheug me daar bijna kinderlijk op. In een eerdere column stak ik eens de loftrompet over de geboren en getogen circusartiest (clown, muzikant en wát al niet meer) Joop Teutenberg, die me vorig jaar serieus traantjes in de ogen bezorgde toen hij – tegen alle verwachtingen in – zomaar ineens met zoon Tony in de piste stond. Joop had kort tevoren iets van een hartaandoening gehad, maar hij stond er, zij het ietwat wankel, toch maar weer mooi, want, zo luidt het credo van elke rasartiest ‘the show must go on.’ In die column destijds citeerde ik ook de bekende komiek Karel de Rooy (u weet wel… ‘die kleine’ van het duo Mini en Maxi). Hij vertelde mij, tijdens een interview, dat hij een groot bewonderaar is van Joop Teutenberg. ,,Als ik aan Dordt denk,’’ zo vertelde Karel, ,,dan denk ik aan de allerbeste clown die ik ooit gezien heb. Joop Teutenberg schaar ik in ons vakgebied, tot de allergrootsten van de wereld.’’
In mijn column van vandaag wil ik het vooral over zoon Tony hebben. Waarom? Omdat ik me de tijd herinner dat hij zakelijk gezien in een behoorlijk dalletje zat en het deed mij destijds pijn dat zo’n beetje de hele inventaris van Circus Royal geveild moest worden om een berg aan opgelopen schulden te slechten. Tony, zo weet ik, heeft zich de afgelopen jaren het vuur uit de schenen gelopen om uit dat dal te kruipen. Met keihard werken wist hij ‘zijn’ circus weer tot leven te wekken en ik vind dat hij daarmee een wereldprestatie heeft geleverd.
Altijd weer als ik hem ontmoet raak ik een tikkie geroerd vanwege zijn tomeloze inzet voor zijn áller-heiligste missie: ‘circus maken.’
Ik zeg: laten we er met z’n allen voor zorgen dat die tent aan de Laan van Europa de komende twee weken elke voorstelling bommetje vol zit.