Die ‘bedrijfsplekjes’ halen de druk echt niet van de ketel…


Bestaat die uitdrukking eigenlijk nog… klein bier? Dát was namelijk de eerste gedachte die in me opkwam toen ik las dat verkeerswethouder Van der Linden van een deel van de Dordtse raad een ‘draai om de oren’ kreeg. Waarom? Omdat hij zich te weinig zou hebben ingespannen met betrekking tot een motie die, ruim een jaar geleden alweer, in de raad werd aangenomen ter bestrijding van de ‘zaterdagse’ files in de Dordtse binnenstad.
Op drukke (winkel)dagen loopt het verkeer richting de parkeergarages in het stadscentrum al sinds jaar en dag muurvast. Die garages staan op dat soort piekdagen dan ook meestal helemaal vol, terwijl in het centrum blijkbaar ook een aantal particuliere garages bestaat (van bedrijven bijvoorbeeld) die, juist tijdens het weekend, grotendeels leeg staan. En dus kreeg de wethouder van de raad vorig jaar de ‘opdracht’ om eens uit te zoeken of een aantal van die potentiële parkeerplekken niet kan worden aangewend om die filedruk (tijdens winkeldagen dus) ietwat te verminderen. In Rotterdam bijvoorbeeld werkt dat al een tijdje best prima, maar geloof me… in Dordt zet dat nauwelijks zoden aan de dijk. Waarom niet? Omdat het, op die welbekende binnenstedelijke fileroute hooguit een paar handjes vol extra parkeerplekken oplevert. Kortom, ik begrijp wel dat Van der Linden (die overigens wél brieven heeft gestuurd naar de betreffende bedrijven op die route) zich nou niet bepaald met héél veel enthousiasme op deze ‘schijnoplossing’ gestort heeft. Tuurlijk… je kunt stellen: alle beetjes helpen, maar volgens mij kunnen wethouder én raad zich beter storten op écht structurele oplossingen, zoals de bouw van méér grote en makkelijk aanrijdbare parkeergarages net buiten het centrum, gekoppeld aan (op winkeldagen) volcontinu rijdende pendelbusjes. Want ook mét die paar extra vrij te komen bedrijfsplekkies langs de ‘aanvliegroute’ naar het stadshart blijft die filestroom gewoon in stand. Het is klein bier en dus beschouw ik die bestuurlijke ‘draai om de oren’ als niets meer dan bühnespel.



Plaats een reactie