
Ik kom er even op terug… op mijn ‘Blafmanscolumn’ van vorige week. Daarin trok ik de conclusie dat bewoners van de Dordtse binnenstad er bekaaid vanaf komen waar het gaat om uitrengelegenheid voor hun viervoeters.
Dat die behoefte bestaat lijkt me niet meer dan logisch: het stadshart is qua inwonertal de afgelopen kwart eeuw immers flink gegroeid en onder het toegenomen aantal binnenstadsbewoners bevinden zich ook méér hondenbezitters. Ik heb me een krulstaart gezocht naar lokale statistieken ter bevestiging van deze veronderstelling, maar die heb ik helaas niet kunnen vinden en dus baseer ik mijn pleidooi louter op basis van landelijke cijfers, alsmede op grond van wat ik met eigen ogen waarneem.
Nu wil ik niet beweren dat hondenbezitters buiten de binnenstad per definitie zo héél rijkelijk bedeeld zijn met uitrenvelden, maar feit is dat je bij een avondwandeling in Sterrenburg of Stadspolders niet bepaald serieus gevaar loopt om door een handhaver op de bon geslingerd te worden met een loslopende hond. Kortom… daar dóe je het op sommige plekken gewoon; in het centrum is de kans op een heterdaadje toch écht een tikkie groter.
Alleen al op grond van de vele reacties die ik naar aanleiding van mijn eerdere column hierover ontving, durf ik dus te stellen dat er onder hondenbezitters in het centrum een serieuze (en toenemende) behoefte bestaat aan een (aan te lopen) uitrenveld voor Blafmans & co. Ik ben dan ook blij dat zich inmiddels al drie Dordtse politieke partijen (VSP, Partij voor de Dieren en SP) hebben gemeld die mijn noodkreet, ondersteund door het Dordtse Hondenplatform, nu serieus willen gaan ‘bestuderen.’
Mijn eerdere pleidooi (een jaar of tien geleden) werd destijds door het gemeentebestuur ‘gehonoreerd’ met een tijdelijk speelveld achter de Blekersdijk. Die populaire plek moest uiteindelijk wijken voor parkeerplekken en de komst van een hotel. Dus nogmaals: op Stadswerven staat nu een soort parkje gepland. Daar is vast wel wat ruimte over toch?