‘Ik stuur wel een tikkie…’


Als Hans weer eens achter me aansluit in de rij bij de supermarktkassa staat het scenario meestal wel vast: op het moment dat ik aan de beurt ben word ik getrakteerd op een tandarme grijns en haalt hij demonstratief het balkje tussen mijn boodschappen en zijn biertje weg. ,,Die wil je wel even voorschieten toch?’’
Zo lang dit niet dagelijks gebeurt en het, per keer, bij één biertje blijft, zit ik er niet mee. De dakloze Hans, zestiger inmiddels, die me straks, zo weet ik uit ervaring, aan de andere kant van de automatische schuifdeuren opwacht om zijn buit uit mijn tas te halen, zit er zéker niet mee. Hij bedankt me altijd vriendelijk voor het voorschieten en zegt dan: ,,Hoeveel bedraagt de schade?’’
Ik kijk dan op een denkbeeldig briefje in mijn handpalm en zeg: ,,Je staat nu op driehonderdvierentwintig euro en achtennegentig cent. Ik stuur wel een tikkie.’’ Altijd steekt hij dan een duimpje op, alvorens er met gezwinde spoed (biertje in de zak van zijn lange groene jas) weer vandoor te gaan.
Zo niet vandaag. Hans blijft staan en kijkt me met ernstige blik aan. Dan zegt hij: ,,Ik wou eigenlijk even afscheid van je nemen. Enigszins verbaasd – zóveel woorden hadden we tot dusver immers nooit met elkaar gewisseld – antwoord ik: ,,Wat bedoel je?’’
Dan zegt hij: ,,Ach weet je… dat leven op straat gaat me al een tijdje steeds slechter af. Nu heb ik de kans gekregen om in Sterrenburg te gaan wonen. Daar krijg ik een eigen kamer in een soort opvanghuis en dus zullen we elkaar hier vermoedelijk niet meer tegenkomen.’’
Ik beloof Hans plechtig dat ik mijn boodschappen volgende maand een keer in winkelcentrum Sterrenburg ga doen en dat vindt hij een uitstekend idee. Als hij met haastige tred weg loopt draait hij zich nog één keer om, steekt een duimpje op en roept: ,,Vergeet je dat tikkie niet?’’

Plaats een reactie