Niet leuk maar onontkoombaar, zo vrees ik…


Op het Vogelplein moet je straks gaan betalen als je hier, als automobilist, even een boodschapje wil doen. In mijn krant lees ik dat de ondernemers aldaar niet zo gelukkig zijn met die nieuwe realiteit en dat begrijp ik best. Uit het artikel maak ik echter ook op dat veel bewoners over het algemeen nou juist weer niet zo héél rouwig zijn over de invoer van betaald parkeren in hun buurt. Dit omdat ze de parkeersituatie ‘bij huis’ als gevolg van het zogeheten waterbedeffect door de jaren heen alleen maar problematischer hebben zien worden. Dat waterbedeffect wordt mede veroorzaakt door het feit dat betaald parkeren in de afgelopen jaren inmiddels zelfs tot aan de ‘buitenranden’ van de binnenstad een feit geworden is. Ja… ‘mede’-veroorzaakt, want er is immers nog een tweede oorzaak van de overal in deze stad toenemende parkeerdruk, namelijk dat veel huishoudens tegenwoordig over meerdere auto’s beschikken. Kortom… er is vandaag de dag meer blik dan plek, zeg maar. En dus komt het steeds vaker voor dat bezoekers van de binnenstad (ik vermoed vooral mensen die in het centrum werkzaam zijn) hun vierwieler op of nabij het Vogelplein stallen. Een vergelijkbare situatie doet zich voor in delen van Nieuw-Krispijn en in de wijk Sterrenburg, op loopafstand van het Albert Schweitzerziekenhuis.
Is dat probleem nog enigszins te stuiten? Tja, misschien wel door een stadsbreed vergunningsstelsel in te voeren. En nee, nu niet meteen gaan brullen, want ik stel dan voor: hoe verder van het centrum, hoe lager het bedrag. Met zo’n vergunningsstelsel, per wijk of buurt, heb je als bewoner méér kans op parkeerplekken nabij de voordeur en hou je ‘plekjesgijzelaars’ juist uit de wijk, omdat dát dan niet meer lonend is.
Voor uw biljartvrienden en voor Tante Truus, die op verjaardagsvisite komt, moet er dan natuurlijk wél een systeem komen met (door vergunninghouders aan te vragen) bezoekerskaarten. Nee, niet leuk allemaal, maar wél de toekomst, zo vrees ik.

Plaats een reactie