
Ik schreef al eerder dat ik geen tegenstander ben van de opvang van asielzoekers en zelfs trots ben op het feit dat Dordt, Zwijndrecht en Sliedrecht hun steentje op dit gebied bijdragen. Toch wil ik nog wél even wat kritische noten kraken. Die veelbesproken, door sommigen zelfs verguisde spreidingswet (uiteindelijk bedoeld als bestuurlijk ‘dwangmiddel) stelt kennelijk niet veel méér voor dan een gemeentelijk afsteekverbod van vuurwerk in binnensteden. Je roept wel dat het niet mag, maar we gaan (of kúnnen) er nou ook weer niet héél streng op handhaven. En dus brult de gemeente Westland nu al van de daken alles uit de kast te gaan trekken om de komst van een asielzoekerscentrum aldaar tegen te houden. Da’s kritiekpunt één… dat die wet dus nu al een wassen neus dreigt te worden, want geloof me… Westland gáát z’n goddelijke zin krijgen. Kritiekpunt twee betreft de opgelegde criteria in die spreidingswet. Die schrijft voor dat asielzoekers over de provincies worden verdeeld op basis van inwonertal. De meeste Nederlanders wonen in Zuid-Holland en dus moeten de meeste asielzoekers dus juist hier worden opgevangen. Dat is niet rechtvaardig, omdat dit rekenmodel deze dichtbevolkte provincie – waar de woningkrapte juist groter is dan elders in het land – straks (asielzoekers stromen immers door naar een woning) opzadelt met een onmogelijke opgave. Mijn derde kritiekpunt betreft de wijze waarop de gemeente Zwijndrecht te werk ging met betrekking tot die beoogde opvang in het Ara-hotel aan de Veerweg. Dat was een, in mijn ogen, wel érg opzichtig één-tweetje van een college en een slimme ondernemer. Van der Valk (Ara dus) vangt centen in een periode dat het hotel verbouwd wordt (en dus alleen maar geld kóst) en klopte aan bij het college dat, met het oog op de toekomst (verschralende Rijksbijdrage) ook niet vies is van een extra inkomstenstroompje. En dus werd de raad hier buitenspel gezet en de bevolking voor een voldongen feit gesteld.