
Ik las ze vroeger altijd met veel plezier… de verhalen van Rijk de Gooyer en Eelke de Jong met de titel: ‘De avonturen van Koos Tak.’ Deze fictieve figuur was een altijd in trenchcoat gehulde ouwe journalist met een lange staat van dienst, maar eveneens met een inmiddels wat ál te sterke hang naar spiritualiën en een chronisch gebrek aan puf en enthousiasme. Laat ik het zo zeggen: als je tegen de man zou zeggen: ‘Hé heb je dat gehoord, Elvis schijnt nog altijd te leven, hij geeft vanavond een eenmalig verrassingsconcert in Bibelot en de hoofdredactie heeft twee vrijkaartjes voor je gereserveerd, dan zou hij antwoorden: ,,Nee joh, vanavond is het Fortuna Sittard-Emmen op tv en m’n vrouw heeft gehaktballetjes gemaakt, dus geef mijn kaartjes maar aan de stagiair.’’
Het was, zeker toen ik nog een jonge verslaggever was, altijd mijn grootste vrees om op een kwade dag, niet Koos, maar Kees Tak te worden. Niks erger immers, zo riep ik tegen iedereen die het maar wilde horen, dan een ouwe journalist te zijn die het ‘allemaal al gezien en gedaan heeft.’
Tot dusver valt het mee (hoop ik): nog altijd kijk ik reikhalzend uit naar welke verkiezing dan ook, kan ik me verheugen op wederom een Europees kampioenschap voetbal, erger ik me mateloos aan oliedomme Amerikanen die Donald Trump als een door God persoonlijk uitverkoren presidentskandidaat zien en deel ik het enthousiasme van jonge sporters, bestuurders, ondernemers of kunstenaars met mooie en soms ook daadwerkelijk originele ideeën en ambities. Kortom… ik ben (nóg) geen Koos Tak twee-punt-nul en mocht ik dat ook maar een beetje dreigen te worden,dan heb ik genoeg eerlijke mensen om me heen die me beloofd hebben me daar op tijd voor te behoeden. En ach… zo lang ik me nog ouderwets boos maak over mooipraterij van Chemours-voorlichters, xenofoob gedrag, armoede, onrecht en kansloze jongeren op de woningmarkt zit ik voorlopig nog niet in de gevarenzone.