
Ik las dat één op de zes Alblasserdammers er moeite mee heeft als mensen met een andere geaardheid in het openbaar iets van onderlinge affectie tonen; kus je daar op straat als vrouw je vrouw of vriendin of loop je er als man met je vent gearmd over de markt, dan kun je op z’n minst rekenen op afkeurende blikken, om van erger nog maar te zwijgen.
Daarbij komt dat ongeveer één op de vijf inwoners van dat dorp ook nog eens vindt dat de gemeente té veel aandacht besteed aan lhbtq’ers.
Ooit was ik als adjunct-hoofd radio bij de NPS de eindverantwoordelijke van een cluster programma’s over politiek, cultuur en samenleving. Het best beluisterde NPS-programma heette Het Roze Rijk, gericht op de homogemeenschap in Nederland. Nu werden al die programma’s aangestuurd door zelfstandig opererende redacties met eigen chefs, dus eigenlijk hoefde ik me daar, los van voortgangsgesprekken met leidinggevenden, inhoudelijk nergens mee te bemoeien. Wél stelde ik, tijdens zo’n gesprekje, aan de eindredacteur van Het Roze Rijk de kennelijk naïeve vraag: ,,Is jouw programma vandaag de dag in tolerant Nederland nog wel relevant?’’ De man zuchtte en haalde uit een archiefkast een enorme stapel post tevoorschijn die hij op mijn bureau liet neerploffen. ,,Allemaal noodkreten van mensen uit het hele land, die nog dagelijks genegeerd, gepest, gemolesteerd en gedwarsboomd worden, louter en alleen vanwege hun geaardheid.’’
Ik nam die brieven mee naar huis en kwam tot de ontdekking dat een aanzienlijk deel er van, afkomstig was uit… Alblasserdam.
We zijn inmiddels twintig jaar verder, maar alleen al de uitkomsten van dit recente onderzoekje én het feit dat het in het Damdorp vorig jaar nog zo gevoelig lag dat de Alblasserdamse wethouder Ramon Pardo meewandelde in de Dordtse Gay Pride, leert me dat er juist in het Damdorp nog een wereld aan educatie te winnen valt.
Hoog tijd dus voor een Gay Pride op Alblasserdamse bodem, dunkt me.