
Om in Dordt een huis te kunnen kopen – althans om daar een hypotheek voor te krijgen – heb je een gemiddeld inkomen nodig van 73.000 euro. Daarmee hoort Dordrecht bij de goedkoopste gemeenten van Nederland, zo blijkt uit onderzoekscijfers. Als je daar bij optelt dat een gemiddelde woning op dit eiland ongeveer drie ton kost en daarmee zelfs iets lager ligt dan het gemiddelde in Nederland, dan zou je met een oppervlakkig oog kunnen stellen dat het hier op woongebied, zo beroerd nog niet gaat.
Maar schijn bedriegt, want dit verhaal heeft ook een keerzijde: het gemiddeld (bruto) inkomen van een Dordtenaar bedraagt namelijk slechts 25.000 euro. Kijk je alleen naar Dordtenaren met betaald werk, dan ligt het gemiddelde bruto inkomen hier op 31.400 euro. Alleen is ook dát, in relatief opzicht, laag: werkenden in Nederland verdienen gemiddeld méér, namelijk 45.000 euro per jaar en op grond van die verhoudingen kun je dus constateren dat het kopen van een huis (in de ‘eigen’ stad dus), voor veel stadsgenoten, nog altijd een onhaalbare droom is. Daarbij komt dat het aanbod aan relatief ‘goedkope’ woningen hier in absolute getallen nog altijd behoorlijk laag ligt. Dit vooral als gevolg van het feit dat we in deze stad de afgelopen decennia vooral hebben ingezet op het bouwen van woningen in het hogere segment. Dat was een ‘bewussie’ omdat je als gemeente nu eenmaal meer kans hebt je voorzieningenniveau enigszins op peil te houden als je het gemiddeld inkomen hier wat opschroeft. In dat (op zich begrijpelijke) streven echter zijn we doorgeslagen, hetgeen simpelweg blijkt uit het feit dat we Stadswerven momenteel niet eens ‘gevuld’ krijgen en bouwprojecten alhier dus noodgedwongen in de ijskast gaan. Alleen al dáárom lijkt het me niet meer dan logisch dat het project Maasterras een ietwat andere koers gaat varen: het aandeel ‘voor gewoon volk betaalbaar’ dient hier sterk te worden opgeschroefd. Dat vergt flexibiliteit en creativiteit… maar het kán wel.