
De temperatuur, hoe laag ook, deert hem niet; alleen al de prille belofte van een mager zonnetje op een verder natte en asgrauwe dag is voor Gerard meestal al méér dan voldoende voor zijn grote jaarlijkse metamorfose. En dus loopt en fietst hij alweer de hele week vrolijk door de binnenstad in een net iets te kort helgeel kort sportbroekje met bijpassend mouwloos shirtje. Dat setje gaat, zo weet ik inmiddels, zo ongeveer tot half oktober, ongeacht het weerbeeld, niet meer uit. Nou ja… hij heeft kennelijk meerdere vergelijkbare setjes, want zowel broekje als shirt zien er altijd onberispelijk schoon uit.
En nu moeten mensen lekker zelf weten wat ze aantrekken, maar voor een man van vér over de zeventig vind ik zo’n outfitje wél een tikkie aan de gewaagde kant en al helemáál omdat hij dit steevast combineert met lederen sandalen en geitenwollen sokken.
Kortom… het is kennelijk zomer, zo concludeer ik, diep weggestoken in jas met sjaal, als ik hem tegenkom bij de kassa van de supermarkt. ,,Man, ik krijg lasogen van je’’, zeg ik pesterig en Gerard dient me van repliek met de opmerking dat ik zowel een mietje als een koukleum ben. Ik vraag me trouwens altijd weer af hoe het kan dat hij nu al zo bruin is. ,,Ben je wezen overwinteren in Spanje of zo?’’ Gerard lacht en zegt: ,,Nee joh, je weet toch… mij krijgen ze echt niet van het eiland af. Ik pak gewoon af en toe een zonnebankie. Gewoon een beetje bijhouden hoor, dan hoef je écht niet elke week.’’
Nadat Gerard heeft afgerekend loopt hij vrolijk fluitend weg. Om mij heen zie ik vele ogen in zijn rug priemen en hier en daar wordt zelfs wat gefluisterd en gegrinnikt. Gerard zit er niet mee: de zomer is nu eenmaal zijn ding en hij besluit zelf wanneer die haar intrede doet. Dat vind ik uiteindelijk een toch een heerlijke eigenschap.