Klagen hoort gewoon bij ons genenplaatje…


Wacht even… lees ik dat nou goed in mijn krant? Dordtenaren hebben in het afgelopen jaar niet méér over de gemeente geklaagd dan in het jaar daarvoor. Wat is hier aan de hand? Schapekoppen die niet mekkeren, blaten of zeuren? Dat kán toch helemaal niet? Zijn we de kunst van het klagen misschien aan het verleren op dit eiland? Als dát zo is moet ik, als columnist, héél snel een functie elders gaan zoeken. Daarbij komt dat ik eigenlijk wel gehecht ben aan klagende schapekoppen… ik bedoel: een Dordtenaar die niet klaagt is een eh… dooie  Dordtenaar. Klagen hoort gewoon bij ons genenplaatje.
Maar gelukkig… het volgende regeltje in het krantenbericht stelt me weer gerust: we zijn met z’n allen op dit eiland ook niet minder gaan klagen, zo blijkt uit een gemeentelijk jaarverslag, getiteld: ‘Klachten 2023.’ Gevalletje ‘recht zo die klaagt’, zeg maar.
En dus klagen we ons hier nog altijd een lage liesbreuk over van alles en nog wat: over bussen die te laat komen, over bussen die helemáál niet komen en zelfs over bussen die wél op tijd rijden: ‘Ja zeg, dáár had ik niet op gerekend… nu heb ik ‘m gemist. En verder: over hondenpoep, zwerfvuil, lawaaiige scootertjes, dronken Polen en – vooral – over handhavers en medewerkers van de Stadswinkel.
De mooiste klacht die ik, in mijn jaren als verslaggever, op straat aanhoorde was die van een man die in de buurt woont van het Energiehuis. De man ergerde zich aan de bouwwerkzaamheden aldaar (het Energiehuis werd omgebouwd tot cultuurbolwerk met concert- en theaterzalen) en hij klaagde over het feit dat hij, vanwege de verwachte drukte aldaar, straks niet eens meer voor zijn eigen deur kon parkeren. Maar wat bleek? De man had geen auto en zélfs geen rijbewijs. Toen ik hem daarop attendeerde antwoordde hij verontwaardigd: ,,Ja, dat is wel zo, maar eh… daar gáát het toch helemaal niet om?’’

Plaats een reactie