
Ik zeg het zelf maar, voordat ú het zegt: ‘Gaat hij nou wéér over dat hotel (dat er maar niet komt) aan het Vrieseplein beginnen?’ Het antwoord is ja, want ik heb er serieus de smoor over in dat je in dit land kennelijk een héél eind komt met, wat ik noem, ‘treiterprocederen.’ Dit met als doel het onvermijdelijke zo lang mogelijk tegen te houden. Jawel, het onvermijdelijke want dát er op deze ‘loze’ plek (al jaren een ‘gat in de stad’) uiteindelijk een hotel komt, mag inmiddels wel duidelijk zijn en dus lijken die ‘hernieuwde’ bezwaren van enkele omwonenden eerder op kinderachtige treitereitjes dan dat ze op realiteitszin gestoeld zijn. Toegegeven, de exploitant (die ineens met terrasplannen en restaurantplannen in de achter het beoogde hotel gelegen vakwerkloods op de proppen kwam) had de regels inderdaad aangepast terwijl ‘de wedstrijd’ al gaande was, maar trok die plannen, na een bewonersbijeenkomst in de Kunstkerk, weer in. Nu echter wordt bezwaar aangetekend tegen… tegen van alles en nog wat eigenlijk: tegen het verdwijnen van enkele parkeerplaatsen (áchter het hotel), tegen het gebrek aan nestkasten voor mussen en gierzwaluwen, tegen de mogelijke overlast van lossende vrachtwagens, tegen trillingen tijdens de bouw en – die vind ik nog het meest belachelijk – tegen zwervers in de toekomstige brandgang. Ja hoor… die hingen er zeker nooit in de tijd dat dit stukje Dordt nog half parkeerplaats en half brakke grond was?
En nogmaals (ik schreef hier in de afgelopen elf jaar al vaak over) ik heb respect voor die mensen die op grond van terechte motieven, destijds allerhande procedures hebben aangespannen en ik heb altijd verdedigd dat óók binnenstadsbewoners het volste recht hebben om te klagen… ik bedoel de binnenstad is immers óók een woonwijk, dus het veelgehoorde adagium ‘had je daar maar niet moeten gaan wonen’ heeft een hoog waterverfgehalte. In dit geval echter is het een vervelend potje ‘hopen-dat-uitstel-uiteindelijk-tot-afstel-leidt’ geworden.