
In het uur voor de dodenherdenking klinken vanavond in de Singelkerk de namen van veertien stadsgenoten die in de Tweede Wereldoorlog het leven lieten, omdat ze vochten voor uw en mijn vrijheid.
Ook ik probeer altijd in een van mijn columns op of rond de vierde mei ‘mijn’ stiltemomentje een ‘gezicht’ te geven. In eerdere jaren al – het is inmiddels een soort traditie geworden -schreef ik over onder andere de verzetshelden Jan Kloos, Aart Alblas, Leendert Keesmaat en Gijs van Bemmelen, alsmede over de laatste Dordtse rabbijn Barend Katan, over voetballegende Arpad Weisz (gisteren nog) en over het 12-jarige Dordtse meisje Frida van der Zee, die omkwam als gevolg van het (overigens geallieerde) bombardement op het park Merwestein.
Vandaag wil ik het met u hebben over Anne Koopman die, dit jaar exact tachtig jaar geleden, als leider van het communistische verzet in handen van de vijand viel. In Rotterdam werd hij bij een razzia herkend door een verrader uit Sliedrecht. Koopman was toen nét met de trein uit Dordrecht gekomen voor een illegale vergadering van een verzetsgroep die was opgebouwd rondom het dagbad De Waarheid. Drie dagen na zijn arrestatie werd Koopman op de Waalsdorpervlakte doodgeschoten. Pas eind 1946 kreeg de familie in Dordrecht bericht dat zijn lichaam was gevonden.
Anne Koopman kreeg in januari 1947 een eregraf op de algemene begraafplaats de Essenhof in Dordrecht. Een pad dat naar het ereveld loopt zal, wellicht nog dit jaar, zijn naam gaan dragen. Hiermee wil het gemeentebestuur benadrukken dat ook het communistisch verzet een plek verdient in het geheugen van de stad Dordrecht.
Van verzetsstrijder Anne Koopman – in het dagelijks leven kantoorbediende én portier – is eigenlijk nog té weinig bekend; niet voor niets heeft het Museum 40-45 aangekondigd nader onderzoek naar deze moedige Dordtenaar te doen. Voorzitter Ed Vermeulen roept iedereen die meer informatie over Koopman heeft dan ook op zich bij het museum te melden.